
Waterschappen en het Rijk moeten bij het nemen van waterkwaliteitsmaatregelen rekening houden met de door klimaatverandering versterkte eutrofiëring van oppervlaktewateren. Zo kan de ecologische waterkwaliteit op peil worden gehouden en blauwalgenoverlast onder controle blijven. Dat is de boodschap van Een frisse blik op warmer water, een rapport over de invloed van klimaatverandering op de aquatische ecologie.
In Nederland investeren waterbeheerders momenteel veel geld in het klimaatrobuust maken van watersystemen. Daarbij gaat veel aandacht uit naar waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Maar uit het opgestelde rapport blijkt dat ook waterkwaliteit invloed ondervindt van het veranderende klimaat. Vooral veranderingen in neerslag (meer en heviger) en temperatuur (warmer) kunnen aanzienlijk effect hebben op het functioneren van aquatische ecosystemen, en daarmee de effectiviteit van waterkwaliteitsmaatregelen beïnvloeden. Het is daarom van groot belang dat waterbeheerders hier bij het nemen van maatregelen rekening mee houden, luidt de belangrijkste aanbeveling uit het rapport.
De invloed van klimaatverandering is het duidelijkst waarneembaar en voorspelbaar voor de fysische toestand van zoete wateren: minder ijsbedekking, stijging van de watertemperatuur en een sterkere en langere temperatuurstratificatie. Ook de invloed op de biogeochemie van het water (aanwezigheid van, en interactie tussen de elementen zuurstof, fosfor, stikstof, zwavel, koolstof en chloride) is duidelijk aanwezig.
De biologische effecten zijn lastig exact te voorspellen door de complexe interacties in aquatische ecosystemen. Desondanks kan met voldoende zekerheid de conclusie worden getrokken dat klimaatverandering de eutrofiëring (overbelasting met stikstof en fosfaat) van oppervlaktewateren versterkt.
Eutrofiëring kan leiden tot een toename van (blauw)algen en drijvende waterplanten. Het kan verder tot gevolg hebben dat ondergedoken waterplanten verdwijnen, zuurstofloosheid optreedt en dat de visstand verandert. Het tegengaan van de negatieve effecten van klimaatverandering op de aquatische ecologie zal daarom vooral moeten bestaan uit het verder terugdringen van de nutriëntenbelasting, aldus de opstellers van het rapport.
In beken heeft klimaatverandering tot gevolg dat steeds vaker sprake zal zijn van afvoerextremen - droogval en sterke afvoerpieken. Organismen kunnen sterven door uitdroging, geïsoleerd raken, of wegspoelen naar lager gelegen delen. Dit geldt in zekere mate ook voor rivieren, waar veranderingen in de afvoer effect zullen hebben op de waterkwaliteit en ecologie in nevengeulen en ondiepe vooroevers. In stromende wateren zijn bovendien extra maatregelen nodig om een sterk verminderde afvoer tegen te gaan. Specifiek voor beken zijn maatregelen nodig die afvoerpieken en droogval bestrijden, aldus het rapport.
Een frisse blik op warmer water is een uitgave van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA), met medewerking van onder meer Wageningen UR en Kennis voor Klimaat. Het is tot stand gekomen als onderdeel van het kennisprogramma Watermozaïek. Hierin onderzoekt STOWA de haalbaarheid, betaalbaarheid en effectiviteit van diverse bestaande, maar ook vernieuwende ecologische herstel- en verbetermaatregelen. Meer informatie vindt u op www.watermozaïek.nl of op www.stowa.nl
Persbericht door: Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site