Waterwoord van de week

Home Zuiderzeeland.nl
 

Sidebar

Reageren

Wil je reageren op het waterwoord van de week of zelf een mooi waterwoord opgeven? Mail naar de webredactie.

Het Waterwoordenboek

Meer informatie over het Waterwoordenboek is te vinden op kuux.nl

Waterwoordenboek

Homepage > Actueel > Waterwoord van de week

Waterwoord van de week

In de Nederlandse taal zijn vele mooie waterwoorden te vinden. Elke week kiezen we er één uit, hier vind je een overzicht.

2010

Week 10 

Productwater: Water dat door een zuiveringsinstallatie is gegaan en dat klaar is om aan klanten geleverd te worden (als drinkwater, proceswater, enz.).

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 9 

Gravitatiewater: Water dat op een aardoppervlak valt en vervolgens naar het grondwater zakt. ‘Gravitatie’ is een ander woord voor ‘zwaartekracht’.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 8 

Zuiver water: 1. Water dat geschikt is als drinkwater; 2. Oppervlaktewater met een goede waterkwaliteit; 3. Bronwater, ijsbergwater of gletsjerwater; 4. Gedestilleerd water. Drinkwater noemen we vaak zuiver water zonder dat het echt zuiver is. Er zitten nog allerlei stoffen in en dat is ook wenselijk. Wel zijn de ziekteverwekkers eruit gehaald. Echt zuiver water heeft geen kleur, reuk of smaak. Om echt zuiver water te krijgen, moet water worden gedestilleerd. Of oppervlaktewater (relatief) zuiver water is, valt vaak af te lezen aan het dierenleven in en bij het water. Als de Weidebeekjuffer zich bijvoorbeeld veelvuldig bij een oppervlaktewater laat zien, is dat meestal een aanwijzing dat het met de zuiverheid van het water de goede kant op gaat.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 6
Pendulair water: 

Water dat na een periode van neerslag niet naar de grondwaterspiegel zakt maar in de bovengrond blijft hangen. Het water wordt hier gezien als een slinger (van een pendule) die aan de bovengrond hangt. In plaats van ‘pendulair water’ spreekt men ook van: hangwater, aanklevingswater en funiculair water

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 5

Aanvoerwater:1. Water dat ergens in uitmondt; 2. Water dat gebruikt wordt bij het maken van bepaalde producten. Kanalen zijn veelal het aanvoerwater van rivieren, terwijl rivieren op hun beurt het aanvoerwater van de zee zijn. In fabrieken die veel water gebruiken voor het maken van bepaalde producten, spreekt men ook van aanvoerwater. Hierbij gaat het dan meestal om leidingwater, maar het kan ook gezuiverd afvalwater zijn of gezuiverd kanaal- of rivierwater.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 4

Vulwater: 1. Water waarmee een gedaald waterpeil wordt aangevuld, bijvoorbeeld in een watervat dat hoort bij een cv-installatie; 2. Water waarmee iets dat nog leeg is, gevuld wordt, bijvoor beeld een groet kuil ten  behoeve van waterrecreatie.  

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 3

Oeverwater: Water aan de oever van een rivier of aan de oever van een andersoortig water. Oeverwater is meestal ondiep water. Sommige vissoorten verblijven bij voorkeur in oeverwater. Men spreekt ook wel van ‘oevergrondwater’. Dat betreft grondwater dat op enkele tientallen of honderden meters afstand van een rivier wordt opgepompt. Verschillende waterleidingbedrijven gebruiken oevergrondwater voor het ‘maken’ van drinkwater.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 2

Wassend water: Water dat (snel) stijgt. Hevige regenval, een grote aanvoer van smeltwater, wind die het water opstuwt, een beving in de zeebodem; er zijn diverse oorzaken die voor (snel) wassend water kunnen zorgen.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 1

Ander water: Water dat niet geschikt is als drinkwater, maar dat nog wel goed genoeg is voor andere doeleinden, zoals het doorspoelen van de wc. ‘Ander water’ heet ook: B-water, huishoudwater, grijs water, tweedekwalieteitswater en soms ook E-water.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

2009

Week 52
Virtueel water: Water dat nodig is om producten te verbouwen of te maken. Nederlanders gebruiken dagelijks ongeveer 130 liter zichtbaar water. Daarnaast is er een verbruik van virtueel water dat op bijna 3300 liter per persoon per dag zou liggen. Daarmee komt de zogenoemde watervoetafdruk (de totale waterconsumptie) voor de gemiddelde Nederlander op zo’n 3420 liter per dag. Dat is althans de uitkomst van een onderzoek dat het Wereld Natuur Fonds via de Universiteit Twente heeft laten uitvoeren naar het verbruik van virtueel water in Nederland. De titel van het onderzoeksverslag is: The Water Footprint of the Netherlands; analysis of international impacts and options for change (2007). Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat 80 procent van het Nederlandse verbruik van virtueel water in feite plaatsvindt buiten ons land, ook in landen waar (schoon) water een schaars goed is. Met andere woorden: wij gebruiken tal van producten die in ander landen – met behulp van veel water – gemaakt zijn.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 51
Droogwater: Gekristalliseerde soda. Soda is een zoutstof, die in de natuur in minerale bronnen voorkomt. Bovendien is soda te vinden in de as van diverse zeeplanten. De zoutstof wordt ook geproduceerd uit ammoniak, koolzuurgas en keukenzout. Het begrip ‘droogwater’ is sinds enkele jaren eveneens bekend als het gaat om kunstgrasvelden. Een bepaald type kunstgrasmat is het droogwaterkunstgrasveld, dat niet beregend hoeft te worden en dat ook sneller is dan de kunstgrasvelden die met zand moeten worden ingestrooid. Wie aan iemand wil laten zien dat droogwater ‘letterlijk’ bestaat, moet een glas water nemen en er gemalen peper op strooien tot het wateroppervlak volledig met peper bedekt is. Daarna kun je dan een vinger in het water steken en meteen weer omhoog trekken. De vinger zal droog zijn.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 50
Overstortwater: Onbehandeld rioolwater dat in oppervlaktewater terechtkomt. Overstortwater is een mix van onbehandeld (=niet-gezuiverd) huishoudelijk afvalwater, onbehandeld industrieel afvalwater en regenwater. Zowel opgeloste als onopgeloste vervuiling komt tijdens een riooloverstort in het oppervlaktewater terecht. Hoewel overstortwater schadelijk is voor het milieu en er richtlijnen voor gelden, kan vervuiling met overstortwater niet altijd voorkomen worden. Bij noodweer bijvoorbeeld kunnen riolen overstromen, waarna het rioolwater in sloten en kanalen belandt. De richtlijnen voor overstortwater zijn opgenomen in de Wet verontreiniging afvalwater.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 49 
Rijmwater: Water dat ontstaat als bevroren dauw ontdooit. ‘Rijm’ is bevroren dauw.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 48 
Spanningswater: Grondwater dat in een grondmassief zit met aan de bovenkant en de onderkant twee grondlagen die ondoordringbaar zijn (voor regenwater). Spanningswater kan zich alleen min of meer horizontaal verplaatsen, wat het ook doet en moet als er vanuit andere wel doorlaatbare bodemgebieden regenwater of grondwater wordt aangevoerd. Het water in een gesloten grondmassief komt dan onder spanning te staan; vandaar ook de benaming ‘spanningswater’. Andere benamingen die sommigen voor spanningswater gebruiken, zijn ‘artesisch water’ en ‘drukwater’.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 47
Gebiedseigen water: Oppervlaktewater dat in oorsprong of in ieder geval al heel erg lang in een bepaald gebied aanwezig is. Men spreekt soms ook van ‘systeemeigen water’.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 46

Zogwater: Water dat achter een varend schip opborrelt. ‘Zog’ in ‘zogwater’ is een verkorting van ‘kielzog’. De kiel is de bodembalk van een schip, maar er wordt soms ook het hele schip mee bedoeld.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 45
Hangwater: Water dat na een periode van neerslag niet naar de grondwaterspiegel zakt maar in de bovengrond blijft hangen. Hangwater hangt als het ware aan de gronddeeltjes die zich boven de grondwaterspiegel bevinden. Vooral bij diepe grondwaterstanden komt hangwater voor. Hangwater wordt ook wel ‘aanklevingswater’, ‘funiculair water’ en ‘pendulair water’ genoemd. Hangwater wordt vaak snel door aanwezige plantenwortels opgenomen. Maar een gedeelte blijft altijd in snoervorm of als een vliesje rondom bodemkorrels hangen.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)


Week 44
Menagewater: Afvalwater afkomstig van huishoudens, waarbij het dan vooral gaat om water dat gebruikt wordt om te koken en af te wassen. ‘Menage’ is van oorsprong een Frans woord (ménage), dat ‘huishouden’ betekent.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

Week 43
Vadoos water: Regenwater dat de grond is binnengedrongen, maar dat gescheiden blijft van het echte, diepe grondwater. De begrenzing van vadoos water en diep grondwater is de grondwaterspiegel: het niveau waarop het grondwater staat (dat je kunt zien als je een gat in de grond graaft). De grondwaterspiegel is overigens variabel (‘vrij’ zegt men ook), onder meer onder invloed van regenwater. Het woord ‘vadoos’ is afgeleid van het Latijnse ‘vadosus’, dat ondiep betekent.

(bron: Waterwoordenboek/ Wim Daniëls)

 

Naar boven