
Uit recente rapportages van de Kaderrichtlijn Water (Europese regelgeving op het gebied van waterkwaliteit) blijkt dat de waterkwaliteit in Nederland nog niet op orde is. Een van de knelpunten die het halen van de KRW-doelen in de weg staan is de milieubelasting van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw. Binnen de veehouderij zorgt erfafspoeling voor een hoge belasting van het oppervlaktewater. Om deze belasting terug te dringen zijn extra maatregelen nodig. Daarom is het project "Goed Boerenerf" in samenwerking met LTO-Noord in Flevoland opgestart. (Melk)Veehouders kunnen door dit project een gratis advies op maat ontvangen voor een optimale inrichting van hun erf, zodat erfafspoeling zoveel mogelijk voorkomen wordt.
Klik op onderstaande één van de onderstaande onderwerpen voor meer informatie:
Europese Kaderrichtlijn Water
Onderzoek naar erfafspoeling
Gevolgen van erfafspoeling voor het oppervlaktewater
Project "Goed Boerenerf"
Project "Absorberende onderlaag bij ruwvoerkuilen in de praktijk"
Resultaten onderzoeken erfafspoeling
Een op het oog net bedrijf hoeft niet schoon te zijn
Kenmerken van een ‘schoon' bedrijf
Waarom scoren de ‘schone' veehouderijbedrijven zo hoog?
Voor meer informatie over erfafspoeling en/of het project "Goed Boerenerf" kunt u contact opnemen met het team Watertoezicht, telefoon (0320) 274 911.
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) bestaat sinds het jaar 2000 en richt zich op het verbeteren en in stand houden van de ecologische en chemische waterkwaliteit. De richtlijn schrijft voor dat de waterkwaliteit in 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen. De tussentijdse rapportages laten zien dat de waterkwaliteit in Nederland, ondanks allerlei inspanningen, nog niet op het gewenste niveau is. De bestaande maatregelen blijken onvoldoende effectief of niet toereikend genoeg te zijn. Het niet behalen van de KRW-doelen heeft voor overheden en bedrijven grote gevolgen. Voor de waterschappen is dit reden geweest om fors in te zetten om de chemische en de ecologische waterkwaliteit op goed niveau te krijgen en te houden. Zo worden zuiveringen verbeterd en overstorten aangepakt. Ook de landbouw zal als een van de bronnen haar steentje bij moeten dragen.
De waterschappen in Nederland hebben van 1999 tot en met 2006 veel onderzoek gedaan naar erfafspoeling op veehouderijbedrijven. Hieruit is gebleken dat afspoelend hemelwater vanaf het erf een serieuze bron van verontreiniging voor het oppervlaktewater vormt. De verontreiniging ontstaat als hemelwater op het verharde erf in contact komt met voer(resten), mest(resten), perssappen en/of mestvocht en vervolgens afspoelt naar de sloot.
In de afgelopen jaren is ook veel onderzoek gedaan naar maatregelen om erfafspoeling te verminderen en te voorkomen. De Nederlandse waterschappen en LTO-Nederland vinden het tijd dat veehouders maatregelen op hun eigen bedrijf/boerenerf gaan treffen.
Perssappen ontstaan bij het fermentatieproces van ruwvoer en nemen toe wanneer de omstandigheden bij het inkuilen niet optimaal zijn. Bij relatief veel perssappen zullen deze uit de kuil vrijkomen. Bij (natte) bijproducten zoals aardappelvezels, bierbostel en bietenperspulp wordt relatief veel proceswater meegeleverd. Percolaat ontstaat wanneer hemelwater in contact komt met onafgedekt voer en of voerresten.
Perssappen, maar ook proceswater en percolaat, bevatten hoge concentraties aan voedingsstoffen die bij een lozing in het oppervlaktewater terecht komen. Wanneer dit plaatsvindt onttrekken bacteriën zuurstof aan het water om de voedingsstoffen af te breken. Bij (te)veel stoffen ontstaat zuurstofgebrek met als gevolg dat het leven in het water afsterft. Na verloop van tijd ontstaat een rottingsproces met als gevolg een zuurstofloze ‘ stinksloot'. Een ander nadeel van perssappen is de lage zuurgraad (pH van circa 5). Bij een dergelijke lage zuurgraad is biologische activiteit nagenoeg onmogelijk met als gevolg dat ook dan al het leven in het oppervlaktewater afsterft.
Medewerkers van Waterschap Zuiderzeeland krijgen vooral van veehouders die nieuwbouw en/of renovatie plegen, steeds meer vragen over hoe het erf het best kan worden ingericht. Naar aanleiding hiervan is het project "Goed Boerenerf" opgestart. In 2012, 2013 en 2014 zullen in totaal 100 (melk)veehouders in Flevoland een gratis advies op maat ontvangen van het adviesbureau Broos Water BV. Het betreft hier veehouders die concrete plannen hebben voor nieuwbouw en/of renovatie (herinrichting) van hun erf, die zich vrijwillig aanmelden en die geselecteerd worden tijdens inspecties.
In het adviesrapport komt een beschrijving van de bestaande erfsituatie en de daarbij behorende knelpunten te staan. Tevens volgt een overzicht van mogelijk te treffen maatregelen en tips voor de realisatie hiervan. Tot slot wordt een plattegrond van de nieuwe erfsituatie weergegeven.
U bent als veehouder niet verplicht om maatregelen te treffen, maar wij raden u wel aan om het advies zo veel mogelijk op te volgen. Hiermee is de kans groot dat u tijdens een inspectie voldoet aan de wet- en regelgeving. Het advies is dus gratis, maar helaas is er geen financiële tegemoetkoming in de door u te treffen maatregelen mogelijk.
U kunt zich voor een gratis advies aanmelden bij Bert van den Bosch van Waterschap Zuiderzeeland, telefoon (0320) 274 914. Of via een e-mail: goedboerenerf@zuiderzeeland.nl.
Waterschap Zuiderzeeland heeft met twaalf andere waterschappen en LTO Noord
Fondsen meegedaan aan het project "Absorberende onderlaag bij ruwvoerkuilen in de praktijk". Doel van het project (praktijkonderzoek) was om na te gaan of door middel van een absorberende onderlaag (stro) het vrijkomen en afstromen van perssappen uit snijmaïskuilen naar oppervlaktewater kan worden voorkomen. Inmiddels is uit de definitieve onderzoeksresultaten (pdf) gebleken dat deze absorberende onderlaag een oplossing is voor dit probleem.
Op dertien melkveehouderijbedrijven (één per waterschap) is in het najaar van 2011 snijmaïs ingekuild op een absorberende onderlaag. In Flevoland heeft de familie Plomp uit Rutten deelgenomen aan het onderzoek. Op de meeste bedrijven is gehakseld koolzaadstro als onderlaag gebruikt. Uit vooronderzoek was namelijk gebleken dat dit stro het meeste perssap kan absorberen (binden). Tijdens het uitkuilen zijn twee keer monsters genomen van de snijmaïs en het stro. Deze monsters zijn geanalyseerd op diverse parameters.
Uit de resultaten blijkt dat in alle snijmaïskuilen de perssappen zijn geabsorbeerd en daardoor niet zijn vrijgekomen en afgestroomd naar oppervlaktewater. Ook de voederwaarde blijft behouden en de onderlaag van stro kan prima worden meegevoerd aan de koeien. De deelnemende veehouders zijn enthousiast en ervaren de absorberende onderlaag als een praktische en goedkope oplossing. De absorberende onderlaag kan ook worden toegepast onder een natte herfstgraskuil.
Tussen 2000 en 2007 hebben diverse waterschappen in Nederland onderzoek gedaan naar de omvang van erfafspoeling op veehouderijbedrijven. Samenvattend laten de onderzoeken de volgende resultaten zien:
Uit de resultaten concluderen de waterschappen dat erfafspoeling een grote bron van verontreiniging is voor het ontvangende oppervlaktewater. Een dergelijke lozing in het oppervlaktewater is op basis van regelgeving niet toegestaan.
De huidige regelgeving geeft aan dat een boerenerf altijd ‘bezemschoon' moet zijn. Maar, wat is nu ‘schoon' en welke emissienorm is in de praktijk haalbaar? Welke maatregelen en voorzieningen dragen hier effectief aan bij? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, heeft de landelijke Werkgroep Erfafspoeling in 2008 een onderzoek uitgevoerd op 19 ‘schone' veehouderijbedrijven verspreid over heel Nederland. In het onderzoek is de kwaliteit van het afstromende erfafspoelwater op veehouderijbedrijven, die voldoen aan de kenmerken van een ‘schoon' bedrijf, gemeten. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met een referentiewaarde van 11 ve. Dit is de afvoer van een standaard erf en de kwaliteit van het effluent van een IBA.
Uit het onderzoek is gebleken dat tweederde deel van de bedrijven fors boven de referentiewaarde scoren. Gemiddeld lozen de ‘schone' bedrijven ruim 87 ve en dit is even hoog als bedrijven die geen of minder maatregelen hebben genomen. Hieruit valt op de maken dat, ook al zien bedrijven er uiterlijk netjes en schoon uit en hebben zij de nodige maatregelen genomen, er nog steeds sprake kan zijn van een te hoge milieubelasting. De oorzaak hiervan ligt primair bij een lozing van perssappen en percolaat uit de voeropslag (graskuil, maïskuil en bijproducten) in combinatie met onvoldoende goede landbouwpraktijk (= het netjes en schoon werken op het erf).
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site