
Waterschap Zuiderzeeland is naast de zorg voor Schoon water, en veilig water ook verantwoordelijk voor genoeg water. Hiertoe beheert zij in Flevoland een zevental gemalen.
Dat deze gemalen hard nodig zijn zal bij de inwoners van deze gebieden genoegzaam bekend zijn. Zij wonen immers, de naam van het waterschap zegt het al “Zuiderzeeland”, op de bodem van wat eens de Zuiderzee was. Deze bodem ligt op een aantal plaatsen in de polders wel zo’n 5 tot 6 meter onder het waterpeil van het huidige Marker en IJsselmeer.
Om droge voeten en de polder bewoonbaar te houden moeten deze gemalen, die in de hoofdwaterkering (de dijken) geplaatst zijn dag en nacht paraat zijn om hun te werk kunnen doen, namelijk het overtollige water uit de sloten, vaarten en tochten in de polder wegpompen.
Dat water is regenwater maar ook kwelwater. Kwelwater is water wat onder de dijken door sijpelt en uit de polder omhoog komt. Dit is een heel normaal verschijnsel, we moeten het alleen in de hand houden. Gemiddeld pompen de gemalen van Flevoland zo’n 12 miljoen kubieke meter water per jaar weg.
Het water in sloten, tochten en vaarten moet niet te hoog maar ook niet te laag staan. Voor natuurgebieden ligt dat anders dan voor bewoonde of agrarische gebieden. Al die verschillende ideale peilen in de polder zijn vastgelegd in het zogenaamde peilbesluit.
Een aantal delen van vooral de Noordoostpolder liggen echter hoger, om daar ook voldoende water te hebben zorgen hevels ervoor dat er water wordt ingelaten om te voorkomen dat het waterpeil daar te laag wordt. Ook dat ligt vast in het peilbesluit.
Zonder gemalen zou wonen op de zeebodem niet mogelijk zijn.
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site