
Heb je enig idee waar je woont? Ja,in Flevoland natuurlijk. Maar zo natuurlijk is dat niet. Als het aan het water had gelegen,zouden we hier niet kunnen wonen. Dan zou de hele provincie er nooit zijn geweest en was de plek waar je nu zit nog altijd zee.
Hier zie je Nederland zoals het iets meer dan honderd jaar geleden was. Midden in ons land ligt dan nog een grote inham, een zee vol zout water. Vissers vangen er vis en schepen varen met allerlei goederen van Amsterdam naar Kampen en Zwolle aan de andere kant van die zee. De Zuiderzee.
Maar eens in de zoveel tijd sloeg het water toe. Als het stormde, overstroomden zelfs hele delen van Nederland. Mensen verdronken en waardevol boerenland liep onder water. In het oude Nederland bedachten de mensen een methode om overstromingen te overleven. Eerst door heuvels te bouwen waar ze op gingen wonen, de terpen. Later legden ze dijken aan. Een zekere meneer Leeghwater kwam op het idee dat je een dijk als een ring kunt aanleggen. Als je dan het water uit die ring pompt, houd je land over. Ingenieur Leeghwater liet allemaal windmolens op de dijken bouwen en door de kracht van de wind pompten ze het water binnen de dijken weg en zo kreeg Nederland er zomaar een heleboel grond bij. De polders.
Maar de zee gaf zich niet zomaar gewonnen. Af en toe werd ze woedend en beukte zo hard ze kon tegen de dijken. Daarom bedacht ingenieur Lely een plan waardoor we twee vliegen in één klap konden slaan. We zouden de gevaarlijke Zuiderzee eindelijk tot rust kunnen brengen en tegelijk een heleboel nieuw land, hele grote polders dus kunnen maken. Dat was nodig, voor het verbouwen van voedsel, want de bevolking groeide gestaag. Een hele lange dijk, toen de langste ter wereld moest daarvoor de Zuiderzee afsluiten. Duizenden mensen gingen aan de slag en ploeterden jarenlang om dat idee voor elkaar te krijgen. Toen ze eindelijk klaar waren, lag er iets dat nog nooit was vertoond in de wereld, de Afsluitdijk.
Het plan van ingenieur Lely werd daarna verder uitgevoerd. Eerst werd de Noord-Oostpolder aangelegd en daarna de Flevopolder. Samen vormen deze polders de provincie Flevoland waar jij nu woont. Ons hele land is verdeeld in waterschappen, daar werken mensen die ervoor zorgen dat onze dijken in de gaten worden gehouden, worden gerepareerd en opgehoogd. In de provincie waar jij woont, heet het waterschap Zuiderzeeland.
Iedere dag gaan controleurs van het waterschap op pad om de dijken te inspecteren. Want het water blijft eraan knabbelen, soms met stormkracht maar meestal heel zachtjes, onderaan de dijk zonder dat je het merkt. Doorlopend drukt het tegen de dijk aan, zodat zelfs grote bazaltblokken na verloop van tijd van hun plaats komen. Daarom worden de dijken doorlopend geïnspecteerd en zonodig gerepareerd.
Dat de zeven gemalen van het waterschap dag en nacht het water uit onze polder pompen, merk je niet. En als ze in een hete zomer juist water in de polder pompen om er voor te zorgen dat er genoeg is, valt dat eigenlijk ook niet echt op. Net zo min als het enorme netwerk van waterwegen en weggetjes dat hier is aangelegd. In Flevoland is maar liefst 5000 kilometer sloten en tochten uitgegraven om al het regenwater op te vangen en bij de gemalen te brengen. Al die sloten moeten op z’n tijd worden uitgebaggerd, anders lopen ze over. Ook al een taak voor het waterschap. Ons vieze afvalwater uit de afwasmachine of de fabriek moet eerst worden schoongemaakt voor het in het oppervlaktewater terug kan, want je wilt vast niet zwemmen in al die viezigheid die ook nog eens gevaarlijk is, voor jezelf en de natuur.
Nee, van het werk van het waterschap Zuiderzeeland merk je in het dagelijks leven niet zoveel. Maar schoon water en veiligheid is van levensbelang en daarom zorgen een paar honderd mensen er elke dag voor dat er voldoende, schoon water in Flevoland is. En dat we veilig kunnen blijven wonen in ons land tussen de dijken.
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site