
De Wet op de waterhuishouding verplicht waterbeheerders eens in de vier jaar een waterbeheerplan op te stellen. In dit plan geven zij aan hoe zij het rijks- en provinciebeleid op het gebied van water vertalen naar concrete doelen en maatregelen voor hun beheergebieden.
Er zijn verschillende Europese richtlijnen belangrijk voor het beleid van het Waterschap:
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel de kwaliteit van oppervlaktewateren en grondwater te beschermen en te verbeteren en het duurzaam gebruik van water te bevorderen. Het is de bedoeling dat uiterlijk in 2027 alle wateren in de Europese Unie in een ‘goede toestand’ verkeren. Met ‘goed’ wordt zowel een goede chemische toestand (geen vervuilende stoffen) als een goede biologische toestand (voldoende variatie aan planten en dieren) bedoeld.
De Europese Unie werkt aan een Grondwaterrichtlijn. Naar verwachting treedt de richtlijn in de loop van 2007 in werking. Het is vooral een milieukwaliteitsrichtlijn die gericht is op het realiseren van een goede chemische toestand van het grondwater (geen vervuilende stoffen). Het verplicht de lidstaten om doelen vast te gaan stellen en bronnen te beschrijven. Ook verplicht het om programma’s van maatregelen op te stellen ter verbetering van de toestand.
De Hoogwaterrichtlijn (concept 2006) is, vanwege de recente reeks van zware overstromingen, vooral bedoeld voor de grote grensoverschrijdende rivieren, maar richt zich alle vormen van overstromingen. De richtlijn streeft naar een goed inzicht in mogelijke schade. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen en afhankelijkheden tussen landen. Het kan zijn dat deze richtlijn het Waterschap Zuiderzeeland verplicht om het overstromingsrisico voor haar beheergebied te bepalen. Indien sprake is van een overstromingsrisico met zware gevolgen, dan moeten voor dit gebied overstromingsrisicokaarten en beheerplannen worden opgesteld.
Op 4 maart 2006 is de nieuwe EU Zwemwaterrichtlijn van kracht geworden. De uiterlijke termijn voor het halen van de doelstellingen die volgen uit de nieuwe Zwemwaterrichtlijn is 2015. Landelijk wordt een onderzoek gestart naar de maatregelen die genomen moeten worden op probleemlocaties. Van deze landelijke probleemlocaties liggen geen locaties in het beheergebied Zuiderzeeland.
De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur. Om deze natuur te behouden heeft de EU het initiatief genomen voor het project Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Dit netwerk vormt de basis van het beleid van de EU voor behoud en herstel van de biodiversiteit.
In aanvulling op de Europese wetgeving zijn verschillende nationale kaders van belang voor het Waterbeheerplan van het Waterschap:
Tijdens het opstellen van dit Waterbeheerplan heeft het Rijk gewerkt aan de modernisering van de Nederlandse waterwetgeving tot de Waterwet. De huidige wetgeving op het gebied van water is versnipperd in verschillende wetten, die deels ook nog eens verouderd zijn. De Waterwet gaat de bestaande wetgeving op het gebied van waterbeheer integreren. De geldende wetten die in aanmerking komen voor integratie en modernisering zijn:
In de nieuwe Waterwet wordt waterbeheer beschreven als een samenspel van activiteiten van alle bestuurslagen in Nederland. Taken worden zoveel mogelijk decentraal neergelegd. Tegelijkertijd probeert de wet taken en bevoegdheden van verschillende overheden duidelijk te maken. Verwacht wordt dat de Waterwet vanaf 2009 in werking treedt. De nieuwe Waterwet introduceert de watervergunning, die een flink aantal andere vergunningen integreert. Voor alle handelingen in het watersysteem is dan slechts één vergunning nodig. Voor de regionale wateren wordt het Waterschap verantwoordelijk voor de verlening van deze watervergunning.
De Nota Ruimte beschrijft het nationale ruimtelijk beleid tot 2020, met een doorkijk tot 2030. De nota stelt de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur vast (gebieden en netwerken die het kabinet van nationaal belang acht), waarvoor het Rijk beleid voorschrijft.
In februari 2001 sloten het Rijk, Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en Vereniging van Nederlandse Gemeenten de Startovereenkomst Waterbeheer 21e eeuw. Centrale uitgangspunten van deze overeenkomst zijn: meer ruimte voor water en geen problemen afwentelen naar de buren. In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW, 2003) leggen de overheden vast op hoe, waarmee en wanneer zij gezamenlijk de grote wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken. De kern van de aanpak is dat de ruimte zo bestemd, ingericht en gebruikt wordt dat water beter kan worden vastgehouden in een gebied. Als dat niet voldoende is, worden maatregelen genomen om water te bergen. Pas in laatste instantie wordt zo nodig water afgevoerd naar elders.
Nederland heeft één wet voor de bescherming van in het wild voorkomende planten en dieren: de Flora- en faunawet. De Flora- en faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van soorten en bevat afspraken over de wetgeving, de naleving en de controle van de internationale handel in bedreigde dieren en planten.
Het Omgevingsplan van de provincie Flevoland beschrijft het beleid van de provincie voor de periode 2006-2015, met een doorkijk naar 2030 (en op enkele onderwerpen tot 2050). Het plan zorgt voor een samenhangende visie op diverse beleidsterreinen (milieu, water, verkeer en vervoer, economie, sociale en culturele ontwikkeling). Het hoofddoel van de provincie is het creëren van een goede woon- en werkomgeving in heel Flevoland. Het ontwikkelen van deze kwaliteiten in een groene/blauwe omgeving maakt Flevoland concurrerend met andere gebieden in Nederland.
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site