
Het bestuur van het Waterschap heeft een principebesluit genomen over de toedeling van het beheer en onderhoud van de regionale buitendijkse waterkeringen. Het waterschap kiest hierbij voor een zakelijke benadering waarbij gekeken wordt naar gebruik en functie van de waterkeringen. Dat betekent dat het waterschap inzet op een verdeling, waarbij particulieren in principe verantwoordelijk blijven voor het onderhoud van de aangewezen waterkeringen. Voor waterkeringen die in bezit van gemeenten, is het vertrekpunt van het waterschap dat als het gaat om een traditionele kering het waterschap het onderhoud voor zijn rekening neemt en in het geval van een ruimtelijk ingerichte kering (bijvoorbeeld kademuur of strand) deze taak bij de gemeenten ligt. Het waterschap gaat de komende periode met particulieren en gemeenten in overleg over de praktische invulling van het beheer en onderhoud.
Naast de toedeling van het beheer en onderhoud heeft het Waterschap Zuiderzeeland het afgelopen jaar voor het eerst een veiligheidstoetsing uitgevoerd voor de buitendijkse regionale waterkeringen in Flevoland. Dit doet het waterschap in het kader van de Verordening voor de fysieke Leefomgeving Flevoland 2009 waarin is vastgelegd dat de buitendijkse regionale keringen eens per zes jaar moeten worden getoetst en dat de keringen vóór 2015 op orde moeten zijn.
Elf gebieden hebben het eindoordeel ‘voldoende' gekregen, zes gebieden hebben‘geen oordeel' gekregen. Van de gebieden die ‘geen oordeel' hebben gekregen, zijn er drie gebieden waarvan de havendam getoetst moet worden. Voor de overige drie gebieden is aanvullend onderzoek noodzakelijk. De zeven overige gebieden scoren een ‘onvoldoende', waarvan bij vier gebieden één of meerdere delen niet voldoen aan de vereiste hoogte. Drie gebieden voldoen niet aan de sterkte en/of stabiliteit van de constructie. Voor deze gebieden wordt bij de verdere uitwerking in overleg met betrokkenen en in samenhang met het gebruik en de lokale situatie van deze gebieden gezocht naar passende oplossingen.
Langs de Noordoostpolder en de Flevopolders zijn 24 buitendijkse gebieden benoemd, die worden beschermd tegen hoogwater door een regionale waterkering. In totaal gaat het om circa 25 kilometer aangewezen waterkering. De buitendijkse regionale waterkeringen zijn niet te vergelijken met de overige waterkeringen in Flevoland, die over het algemeen opgebouwd zijn uit grondlichamen op een grondverbetering (dijken). Over het algemeen bestaan de waterkeringen in de buitendijkse gebieden uit lichte damwand, klinkerbestrating,stranden en lichte stortsteen. De waterkeringen zijn in gebruik als (jacht(haven), tuinen, bedrijfsmatig of worden gebruikt voor strand(recreatie) en worden momenteel ook als dusdanig beheerd. De veiligheidsnormen voor deze regionale keringen zijn gegeven in de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland 2009 en variëren van 1/10 per jaar tot 1/1.000 per jaar. Dat betekent dat deze keringen het water moeten kunnen tegenhouden bij een kans op een situatie die variërend van 1/10 tot 1/1000 per jaar kan voor komen.
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site