
Waterschap Zuiderzeeland onderhoudt en beheert 251 kilometer dijken die rondom de polders liggen. Deze dijken beschermen ons tegen het buitenwater, zoals het IJsselmeer, Markermeer, IJmeer en de randmeren.
Een dijk moet ervoor zorgen dat de zee het land niet overstroomt. En dat het land achter de dijk droog blijft. Een dijk moet daarom hoog zijn. Hoger dan het water komt. Een dijk moet ook stevig zijn. Hij mag niet bij de eerste de beste storm breken. Daarom moet een dijk van goed materiaal gemaakt worden.
Een dijk is opgebouwd uit een dijklichaam en een bekleding die het dijklichaam moet beschermen tegen erosie door golven, stromingen en kruiend ijs. Omdat nieuwe dijken vaak inklinken, moet het materiaal ook redelijk flexibel zijn. Vroeger werden dijken gemaakt met behulp van zeegras ("wier"), rijshout, houten palen, natuursteen en soms baksteen. Tegenwoordig worden vaak betonblokken, betonzuilen en asfalt gebruikt.

Wanneer de dijk teveel water doorlaat ontstaat kwel. Zout grondwater komt aan de landzijde van de dijk aan de oppervlakte. Kwel is ongewenst, want door de druk van het water kan de kleilaag van de dijk aangetast worden. De dijk kan hierdoor bezwijken.
Boeren zijn niet blij met zoute kwel omdat het zout de groei van de landbouwgewassen belemmert. Beheerders van natuurgebieden langs de zeedijk stellen vaak wel een bepaalde mate van zoute kwel op prijs, want hierdoor ontstaat in deze gebieden een brakwatermilieu met de bijhehorende bijzondere dieren en planten. Daarom zorgt Waterschap Zuiderzeeland op landbouwgebieden waar veer vervuild kwel in het oppervlaktewater zit, voor de aanvoer van schoon oppervlaktewater. Hierdoor kunnen boeren toch met schoon water beregenen.
Je ziet, dat een dijk aan de buitenkant minder steil is. Heel langzaam loopt de dijk af. Je ziet ook, dat de dijk aan de buitenkant veel breder is. Dat is natuurlijk niet voor niets. Het water heeft een flinke snelheid als het stormt. Met veel snelheid rollen de golven de dijken op. Maar, doordat de dijk zo breed is en langzaam afloopt wordt de snelheid van het water steeds minder. De golven verliezen zoveel van hun kracht dat ze van de dijk afglijden. Ze kunnen niet omhoog komen.
Waterschap Zuiderzeeland beheert en onderhoudt de dijken in en rondom Flevoland. De totale lengte van de dijken is 265 kilometer. Om de dijken en dammen in een goede conditie te houden zijn de medewerkers van het waterschap daar elke dag mee aan het werk. Ze zorgen ervoor dat de dijken in een goede staat van onderhoud blijven, ruimen het drijfvuil op dat na hoog water op de dijken achterblijft en repareren de drainages. Ook bestrijden van mollen en muskusratten, die met hun gangen schade aanrichten aan dijken, is een taak van het waterschap.
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site