Home Zuiderzeeland.nl
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Leren over water > Spreekbeurt of werkstuk maken? > Stappenplan voor een werkstuk

Stappenplan voor een werkstuk

Het stappenplan kan er zo uitzien:

Voor het maken van een goed werkstuk is het belangrijk om gestructureerd te werken. Door het volgen van een aantal stappen helpen we je tot het maken van een goed werkstuk; vanaf het voorbereiden tot en met het uiteindelijke resultaat.

1. Kies een onderwerp dat je interesseert.

Bedenk een onderwerp dat je interesseert. Als je een onderwerp kiest dat je interesse niet heeft, is het maken van een werkstuk minder leuk.

2. Maak een tijdschema.

Hoeveel tijd heb je om het werkstuk te maken? Maak een tijdsindeling. Wat ga je doen op welke dag en hoeveel tijd besteed je aan elk onderdeel. Bijvoorbeeld twee weken om informatie te verzamelen, één week om informatie verwerken, één avond om je werkstuk in hoofdpunten te verdelen, twee avonden om de tekst te schrijven, enzovoorts.

3. Verzin een hoofdvraag en (minimaal) drie deelvragen.

Verzin een hoofdvraag. Een goede hoofdvraag maakt voor jezelf duidelijker welke informatie je nodig hebt. Bijvoorbeeld: hoe zijn de Zuiderzeewerken ontstaan? Bedenk minimaal drie deelvragen. Bijvoorbeeld: wat was de aanleiding, welke onderdelen kent het plan, hoe is het uitgevoerd?

4. Zoek informatie.

Zoek informatie over je onderwerp. Je kunt op internet zoeken en bellen naar organisaties om informatiefolders. Verder kun je informatie vinden in de bibliotheek of schoolmediatheek. Vraag of je een keer mag komen kijken op een locatie waar wat te zien is over je onderwerp.

5. Zet de informatie op een rijtje en maak keuzes.

Alle informatie die je verzameld hebt, ga je nu selecteren. Wat over de kern van je onderwerp gaat, leg je bovenaan. Daarna informatie over de deelvragen. Wat je niet per se nodig hebt, leg je onderop. Zijn er begrippen die je niet begrijpt? Zorg ervoor dat je de tekst van de informatie begrijpt. Zoek het na of vraag iemand om moeilijke woorden uit te leggen. Je moet het in je eigen woorden kunnen navertellen/opschrijven.

6. Verwerk de informatie.

Maak een inhoudsopgave en ga aan de hand daarvan de tekst schrijven. Zorg ervoor dat de tekst niet te moeilijk is. Het moet voor jou en anderen te begrijpen zijn. Controleer de tekst op fouten in de spelling en laat iemand de tekst nalezen.

7.  Zorg voor een nette vormgeving (voorkant, lettertype, plaatjes e.d).

Kies een leesbaar lettertype, niet te groot, maar ook niet te klein. Om het werkstuk er aantrekkelijk uit te laten zien, kun je er plaatjes in zetten. Verdeel grote lappen tekst in paragrafen en alinea’s. Nummer de pagina's. De voorkant is eigenlijk het visitekaartje van je werkstuk en verdient wat extra aandacht.

Je kunt je werkstuk netjes inbinden, bijvoorbeeld in een snelhechter. Helemaal mooi wordt het als je je werkstuk laat inbinden bij bijvoorbeeld een reprowinkel/copyshop.

8.  Denk aan de evaluatie.

Stel jezelf de volgende vragen: wat vond ik leuk en wat vond ik niet zo leuk? Wat ging goed en wat ging minder goed? Wat kan ik de volgende keer beter/anders doen?

Paginafuncties

Home Zuiderzeeland.nl
Naar boven