
Bij de chemische onkruidbestrijding op straatverharding komen bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht. Vanwege de hoge kosten van mechanische onkruidbestrijding voor de gemeenten staat het waterschap het gebruik van bestrijdingmiddelen op verharding onder voorwaarden toch toe.
De gemeenten in Flevoland mogen gebruik maken van de Duurzaam Onkruid Beheer Methode (DOB), waarbij chemische middelen beperkt mogen worden gebruikt. De gemeenten moeten wel een WVO-vergunning aanvragen bij het waterschap.
Wat moet er op de plattegrond van het werkgebied komen te staan?
Waarom mag MCPA volgens de vergunning niet en volgens DOB wel worden gebruikt?
Welke normen zullen worden opgesteld voor het te lozen hemelwater?
Kan er gefaseerd (bijvoorbeeld per wijk) een vergunning worden aangevraagd?
De DOB-methode kan jaarlijks worden gewijzigd, zelfs de naam kan veranderen. Een vergunning is voor onbepaalde tijd en er mag geen discussie ontstaan over welke versie van DOB nu geldig is. Bovendien worden in de WVO-vergunning alleen voorschriften opgenomen die de waterkwaliteit beschermen, terwijl in de DOB-methode ook bijvoorbeeld preventie een onderdeel is.
De meldingen hoeven niet afzonderlijk aan het waterschap worden gemeld, maar worden bijgehouden in het logboek. Ook de weersvoorspellingen moeten hierin worden bijgehouden, zodat altijd gecontroleerd kan worden of de bespuiting voldeed aan de voorschriften van de weersvoorspelling.
De gemeente mag zelf kiezen welk weerbericht wordt gevolgd, maar moet dat wel vooraf kenbaar maken aan het waterschap. Ook moet het gaan om een regionaal, erkend weerstation. De voorkeur gaat uit naar hetzelfde weerstation voor alle gemeenten in Flevoland, maar een verplichting is dit niet. Het DOB-weerbericht mag natuurlijk ook, mits de weerberichten opvraagbaar blijven.
Het mogen dezelfde werktekeningen zijn als die binnen de DOB-methode worden opgesteld, aangevuld met de lozingspunten op oppervlaktewater.
Niet als het verharde talud op minder dan 1 meter van oppervlaktewater ligt, net zoals bij dijklichamen.
MCPA heeft een toelating voor permanent onbeteelde terreinen, maar geen specifieke toelating voor straatverharding, zoals bij glyfosaat. De DOB-methode interpreteert de toelating dus ruimer dan het waterschap. Het waterschap wil wel nadenken over een incidentele toepassingsmogelijkheid in uitzonderingssituaties, wanneer alternatieven niets hebben uitgehaald. Dit is overigens het enige voorschrift waarin de vergunning afwijkt van de DOB-methode.
Dit moet nog worden uitgezocht. Het Maximaal Toelaatbaar Risico (de concentratie waarboven het waterleven schade ondervind) bedraagt voor glyfosaat 77 µg/l. De streefwaarde ligt een factor 100 lager (0,77 µg/l). Bij de DOB-methode wordt de streefwaarde overschreden en de MTR niet. De norm zal hier ergens tussen in liggen.
Bij certificering volgens het Milieukeur Brons komen een flink aantal voorschriften te vervallen. Ook zal de bemoeienis van het waterschap een stuk minder worden, zowel bij de vergunningverlening als bij de handhaving van de vergunning. En bij certificering volgens Milieukeur Zilver of Goud is helemaal geen WVO-vergunning meer nodig. De kosten voor certificering zullen wel wat hoger liggen, voor de WVO-vergunning brengt het waterschap geen kosten in rekening.
Onder voorbehoud zullen de voorschriften m.b.t. het werkplan, veegbeleid, weersvoorspelling en spuitapparatuur komen te vervallen
Dat kan, dat is aan de gemeente. Maar dat betekent wel dat in de overige wijken geen bestrijdingsmiddelen op gerioleerde straatverharding mogen worden gebruikt.
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site