
Blauwalgen of blauwwieren zijn eigenlijk bacteriën die eruitzien als wier. Een andere naam is cyanobacteriën. Als ze gaaf zijn hebben de meeste blauwalgen een blauw-groene kleur, enkele zijn rood-bruin.
Blauwalgen kunnen bij warm weer in het water ontstaan. Ze komen vooral voor in zoet stilstaand water. Sommige soorten zijn in staat om drijflagen te vormen en die ontstaan meestal vanaf juli. Een drijflaag kan zich door de wind ophopen aan de oevers van meren, op stranden, achter vooroevers en in jachthavens.
Drijvend aan het wateroppervlak vormen ze een laag die op olie lijkt. Als de laag dikker wordt en de algen minder ruimte hebben, gaan ze afsterven. Blauwalg vormt dan een groenachtige, stinkende brei. Bij het afsterven produceert blauwalg toxische stoffen, die schadelijk kunnen zijn voor mens en dier. Deze komen altijd via de mond het lichaam van een organisme binnen, van blootstelling via de huid is geen sprake.
Van verschillende blauwalgen is bekend dat zij giftige stoffen (cyanotoxines) kunnen produceren. De toxines kunnen leiden tot sterfte van dieren. Er zijn verschillende toxines bekend. Tot op heden zijn in Nederland alleen microcystines gevonden.
Door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is een norm vastgesteld voor blauwalg. De norm voor blauwalg is gebaseerd op het microcystine gehalte in water en bedraagt 20 µg/l. Zwemmers kunnen in aanraking komen met microcystine door het inslikken van water of doordat de huid of ogen in contact komen met water.
Gezondheidseffecten komen het meeste voor bij kleine kinderen, omdat deze tijdens het zwemmen veel water binnenkrijgen. De verschijnselen van blauwalg-besmetting worden zichtbaar twaalf uur nadat er gezwommen is.

De symptomen van blauwalg-besmetting zijn nogal uiteenlopend: hoofdpijn, huiduitslag, maagkramp, misselijkheid, braken, diarree, koorts, een pijnlijke of rode keel, oorpijn, oogirritaties, lopende neus of gezwollen lippen.
Zwemmers die de blauwalgen binnenkrijgen, kunnen maag- en darmstoornissen ondervinden en levercellen kunnen beschadigd raken. De verschijnselen houden ongeveer vijf dagen aan en verdwijnen vanzelf. Ook huisdieren kunnen ernstig ziek worden door het drinken van water met blauwalgen of door hun besmette vacht droog te likken.
Er moet wel rekening mee worden gehouden, dat dezelfde verschijnselen ook door andere bacteriën veroorzaakt kunnen worden, vandaar dat altijd de huisarts geraadpleegd moet worden. Uiteraard wordt geadviseerd niet in wateren te zwemmen, zodra blauwalg is geconstateerd.
Als er zich tijdens de zomermaanden problemen voordoen met een officiële zwemlocatie of met het zwemwater in het algemeen, wordt dat gemeld op pagina 725 van NOS Teletekst.
Meld de aanwezigheid van een drijflaag bij de zwemwatertelefoon via tel. 0320-265700.
© Waterschap Zuiderzeeland - Sitemap - Over deze site