Wie een muskusrat of beverrat ziet (of zijn aanwezigheid vermoedt), kan de bestrijders helpen door dit te melden bij het waterschap. Kijk voor de adressen en nummers van de betreffende Regiokantoren op de contactpagina.
De aanwezigheid, of het vermoeden daarvan, van zwarte of bruine ratten, moet u bij de gemeente melden.

Een nieuwe en grotere graver is de beverrat, die vanuit het zuiden naar ons gebied dreigt te komen.
Om te voorkomen dat in de vallen voor beverratten ook andere dieren gedood worden, zoals bijvoorbeeld de beschermde bever, gebruiken we vangkooien. De beverrat wordt dus levend gevangen en daarna met een kogel om het leven gebracht.
Bij het aantreffen van een ander dier dan een beverrat in de vangkooi, wordt deze vrijgelaten.
Om de dijken en oevers in goede conditie te houden wordt door Waterschap Zuiderzeeland intensief aan muskusrattenbestrijding gedaan. Muskusratten zijn goede gravers en hun gangen brengen schade toe aan de dijken en oevers.
Muskusratten zijn van oorsprong voor hun pels gefokte dieren, die door fokkers zijn losgelaten toen er minder belangstelling was voor hun huidjes. Muskusratten kunnen zich heel snel voortplanten en hebben zich goed verspreid in waterrijke gebieden.
Muskusratten brengen flinke schade toe aan oevers van watergangen, dammen en dijken. Vanuit het water graven ze gangen naar nesten boven water in het aangrenzende land. Als er veel gangen zijn, kan er gevaar ontstaan voor de stabiliteit van de oever, maar ook kunnen landbouwmachines verzakken of kantelen. Dammen of dijken kunnen zelfs bezwijken als er té veel gangen in gegraven worden. Daarom is de bestrijding van de muskusrat bij wet bepaald. De uitvoering is opgedragen aan de provincies en in Flevoland heeft de provincie die taak opgelegd aan het waterschap.
In totaal zijn dertien bestrijders dagelijks bezig met het vangen van muskusratten. Twee keer per jaar gaan de muskusratten naar een nieuwe leefomgeving. Tijdens deze ´trek´ is het belangrijk dat er zo veel mogelijk ratten gevangen worden. Als je namelijk tijdens de voorjaarstrek al veel ratten wegvangt, dan krijgen die niet de kans zich voort te planten. De populatie blijft dus kleiner.
Het vangen gebeurt door voor veel duikers een val te zetten, door schijnduikers met val en met lokaasvlotten te plaatsen. Buiten de trekperiode blijven de vallen in gebruik, maar wordt ook gespeurd naar mogelijke aanwezigheid van muskusratten. Als de aanwezigheid van ratten wordt vermoed, zetten de vangers klemmen in de gangen en controleren deze gedurende enkele dagen.

De vallen waarmee muskusratten gevangen worden zijn zó gemaakt dat andere dieren er nagenoeg niet mee gevangen kunnen worden. Het gaas rond de val voor de duiker heeft zulke grote gaten dat vissen en kleinere ratten er makkelijk weer uit kunnen zwemmen. De vallen op het lokaasvlotje zijn bovendien zo afgesteld dat ze alleen dichtklappen als er een muskusrat aan het aas trekt. En als er een groot dier, zoals bijvoorbeeld een bever, op het vlotje klimt dan kiept deze om.
© Waterschap Zuiderzeeland
