
Bescherming van vissen in Nederland is om meerdere redenen belangrijk. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) houdt zich bezig met het behouden en het krijgen van een goede waterkwaliteit. Bij een goede waterkwaliteit hoort ook een goede visstand. Omdat water zich weinig aantrekt van landsgrenzen, zijn internationale afspraken nodig. Daarom is sinds eind 2000 de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. Die moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 op orde is.
Per stroomgebied moet in 2009 in stroomgebiedbeheerplannen zijn aangegeven hoe de waterkwaliteit kan worden verbeterd. Nederland is verdeeld over vier internationale stroomgebieddistricten: Rijn, Maas, Schelde en Eems. Tot een stroomgebieddistrict behoort niet alleen het water van de hoofdrivier, maar al het water in het betreffende gebied.
De Europese Kaderrichtlijn Water schrijft voor dat de visstand een van de parameters is waaraan de kwaliteit van het water moet worden afgelezen.
In de Europese Kaderrichtlijn Water heeft de visstand een expliciete functie gekregen; in alle zoete en brakke wateren dient monitoring van de visstand plaats te vinden. Er wordt gevist met allerlei vistuigen die ook speciaal op maat worden gemaakt, variërend van fuiken tot boomkoren en boomkuilen. Met behulp van lengte- en gewichtsmetingen kunnen de populaties van de aanwezige soorten worden beschreven in termen als populatieopbouw, paai- en opgroeisucces en conditie.
De invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water dwingt de waterbeheerder tot actie op het visstandbeheer van de toekomst in onze Nederlandse binnenwateren. De waterbeheerders worden namelijk verantwoordelijk geacht voor het bereiken van een "goede ecologische toestand", waarbij vis uitdrukkelijk genoemd is. Daarnaast hebben de visstandbeheerders (visrechthebbenden) eveneens een verantwoordelijkheid bij het bereiken en in stand houden van een gezonde visstand. Beide beheerders, de waterbeheerders en de visstandbeheerders vissen dus in dezelfde vijver!
Waterschap Zuiderzeeland heeft een ‘Visie-op-vis' geschreven. Waterbeleid, de taakstelling en de uitvoering een aantal aspecten van het waterbeheer hebben relaties met vis, het visstandbeheer en de rol van het waterschap en de visserij hierbij. In de Visie-op-vis heeft het waterschap opgeschreven hoe zij met de relatie vis en waterbeheer wil omgaan.
Het waterschap is verantwoordelijk voor het kwalitatieve en het kwantitatieve waterbeheer. Het waterbeheer beïnvloedt het leefmilieu van de vissen en daarmee de samenstelling van de visstand. De visstand kan omgekeerd invloed hebben op de waterkwaliteit. Het visstandbeheer is daarmee onderdeel van het waterbeheer. Met de Kaderrichtlijn water heeft het waterschap een resultaatsverplichting op het gebied van waterkwaliteit, vissen vormen een onderdeel van de ecologische taakcomponent. Het waterschap moet hierbij voldoende informatie hebben over de visstand en de ontwikkelingen hierin om te zorgen dat in 2015 de visstand en vissamenstelling past bij de omstandigheden in de wateren.
Vanuit de missie van het waterschap en de implementatie van de KRW is betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij het waterbeheer gewenst. Door samenwerking wordt het draagvlak vergroot, wordt van elkaar geleerd, kunnen de organisaties elkaar ondersteunen met bijvoorbeeld uitwisselen van gegevens en kennis. Het geheel aan actoren en processen vraagt om een duidelijke positionering van het waterschap, die in de Visie-op-vis is uitgewerkt. De Visie-op-vis is te downloaden van http://www.zuiderzeeland.nl/.
Zoetwatervissen krijgen steeds meer aandacht in het regionale en Europese waterkwaliteitsbeleid. En terecht. Water van goede kwaliteit, is ook vaak ecologisch ‘gezond' water, zowel planten als dieren komen er tot hun recht. Andersom weerspiegelt de samenstelling van de visstand de ecologische kwaliteit van een water.
© Waterschap Zuiderzeeland - Vissen in Flevoland