Bij de inrichting van de polders is vooral gewerkt met vaste stuwen, dat wil zeggen met een vaste stuwhoogte. Om de waterpeilen beter te kunnen beheersen vervangt Waterschap Zuiderzeeland deze vaste stuwen door beweegbare. In de stuw zit een beweegbare klep die omlaag gaat als er veel neerslag valt en naar de oude stand terugkeert als het streefpeil weer is bereikt. De meeste stuwen doen dit automatisch.
Als er in het hele gebied veel water water is en de gemalen kunnen die hoeveelheden niet ineens uitmalen, kunnen de stuwen ook omhooggezet worden. Dit om het teveel aan water tijdelijk vast te houden. Dat kan alleen bij stuwen die op afstand zijn te bedienen. En dat zijn de stuwen die direct afwateren op de hoofdvaarten.





