Debieten worden gebruikt om:
- watergangen en kunstwerken te dimensioneren
- een waterbalans op te stellen (kortgezegd; wat gaat er in, wat gaat er uit)
- input te leveren voor modelberekeningen
- vrachten te berekenen
Debieten worden gebruikt om:
Bij objecten (stuwen, gemalen, inlaten en sluizen) worden waterstanden gemeten. Dit gebeurt met geavanceerde meetapparatuur die waterstanden om de zoveel seconden meten en doorberekenen naar een daggemiddelde.
Waterstanden worden onder andere gemeten bij stuwen, gemalen, inlaten en sluizen. Als u op een meetpunt in de kaart 'waterstanden en debieten' klikt, vervolgens naar 'meetresultaten' gaat, kunt u een grafiek downloaden. In de grafiek is de waterstand zichtbaar bij een gemaal. Een gemaal is gemaakt om water van laag op te pompen naar een hoger gelegen gedeelte. De waterstand schommelt het hele jaar rond hetzelfde peil, met uitzondering van perioden met (veel) neerslag.

Een inlaat is een punt waar water vanaf een hoger gelegen gedeelte wordt ingelaten in een lager gelegen gedeelte. Het inlaten van water is nodig als er een watertekort in een gebied ontstaat.
Water kan ook met andere redenen worden ingelaten, bijvoorbeeld voor doorspoeling.
Een aflaatwerk is een ‘schuif’ waarbij water van een hoger gelegen gedeelte naar een lager gedeelte wordt ‘afgelaten’. In tijden van een wateroverschot kan dit nodig zijn. In de staafdiagram is het debiet bij het aflaatwerk Larsen te zien.

Vanaf 2004 zijn waterstanden in de tochten (digitaal) gemeten. Het waterstandsverloop in een tocht is te zien in de grafiek van OWP01 (oppervlaktewaterlogger). Ook is het verschil tussen zomer- en winterpeil te zien.

Het verloop van de grondwaterstand ziet er heel anders uit dan een oppervlaktewaterstand. De grondwaterstand reageert minder snel op een wateroverschot of –tekort. In de grafiek van peilbuis PB105 is een voorbeeld te zien van het verloop van de grondwaterstand. Ook is duidelijk te zien dat in de winter de grondwaterstand meestal hoger is dan in de zomer.

Grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden geregistreerd door een logger. Deze logger hangt in een peilbuis of staat in het oppervlaktewater (zie foto’s). Bij iedere oppervlaktewaterlogger staat een peilschaal (zie foto), zodat de oppervlaktewaterstand ook direct kan worden afgelezen.



© Waterschap Zuiderzeeland
