Rekenkamercommissie: “Twee onderzoeken naar samenwerking aangeboden aan AV”

De Rekenkamercommissie van Waterschap Zuiderzeeland (RKC) heeft onderzoek gedaan naar samenwerkingen en verbonden partijen van Waterschap Zuiderzeeland. Deze onderzoeken zijn op 6 februari besproken in de AV. Bij waterschappen is de aandacht voor en het belang van samenwerking met andere organisaties in de afgelopen jaren fors toegenomen.

De RKC heeft er voor gekozen te starten met een inventarisatie van de huidige situatie. Deze aanpak heeft geleid tot twee aparte, inventariserende onderzoeken:

  1. Vooronderzoek naar samenwerking door Waterschap Zuiderzeeland met gemeenten, de provincie Flevoland en Rijkswaterstaat.
  2. Inventarisatie van bestaande onderzoeken naar verbonden partijen en analyse van de betekenis daarvan voor het waterschap.

Vooronderzoek samenwerkingen

Het vooronderzoek naar samenwerkingen heeft een redelijk compleet beeld van de diversiteit van de samenwerking, zowel vanuit het perspectief van samenwerkingspartners als van Zuiderzeeland opgeleverd. Het waterschap is een actieve samenwerkingspartner en werkt in verschillende verbanden en vormen samen met anderen om zijn doelen te realiseren. Uit het onderzoek blijkt dat niet altijd scherp in beeld is met welk doel de samenwerking is gestart, wat de resultaten moeten zijn en onder welke voorwaarden deze gerealiseerd moeten worden. De in 2012 door de AV vastgestelde samenwerkingsstrategie blijkt in de praktijk amper als richtinggevend kader te worden gebruikt bij het aangaan en vormgeven van en sturing geven aan samenwerkingen.

Literatuurstudie verbonden partijen

De RKC heeft een literatuurstudie laten verrichten naar bestaand (rekenkamer)onderzoek over verbonden partijen, dat veelal werd uitgevoerd in opdracht van Rekenkamercommissies van gemeenten en waterschappen. De geraadpleegde onderzoeken gaan bijna uitsluitend over de sturingsmogelijkheden van raden/AV's, waarbij wordt ingegaan op kaderstelling, betrokkenheid van de gemeenteraad/het algemeen bestuur, risicomanagement en informatievoorziening. De conclusies van die studies zijn veelal eensluidend: die sturingsmogelijkheden zijn niet erg duidelijk en/of worden niet effectief gebruikt. De RKC ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de uitkomst van een vergelijkbare studie voor Zuiderzeeland heel anders zou zijn.

Conclusies en aanbevelingen

Uit beide onderzoeken vloeit voort dat een actuele, heldere én praktisch toepasbare samenwerkingsstrategie het functioneren van diverse samenwerkingsverbanden en de controle daarop zou kunnen helpen. De resultaten van het vooronderzoek laten zien dat er binnen de organisatie meer lijn en strategie kan worden ontwikkeld in de motieven voor samenwerking en de doelen die behaald zouden moeten worden.

Verder blijkt dat een notitie verbonden partijen met daarin een checklist voor bestuur en organisatie als kader voor het starten en/of beëindigen van een formele samenwerking het bestuur kan helpen bij sturingsvraagstukken rond formele samenwerkingsverbanden. Dit kan de transparante besluitvorming ondersteunen en gebruikt worden bij het evalueren van bestaande formele samenwerkingsverbanden.

De RKC adviseert de Algemene Vergadering om een nieuwe samenwerkingsstrategie vast te stellen met daarin opgenomen een kader voor formele samenwerkingsverbanden en de sturing daarvan door de AV.

Dankwoord

De RKC is blij de bestuurlijke reactie van het college van DenH, waarin positief gereageerd wordt op het door de RKC voorgestelde vervolg. De RKC is het college van DenH en de organisatie dankbaar voor de bereidheid en de inzet bij het verzamelen van de benodigde gegevens en het geven van een reflectie daarop.