Waterschap Zuiderzeeland gaat het kwijtscheldingsbeleid verruimen. Dat besloot het Algemeen Bestuur van het waterschap tijdens de vergadering van 24 maart. Er is gekeken naar wat eerlijk is voor mensen met een laag inkomen én voor andere belastingplichtigen die meebetalen aan de kosten. De nieuwe regels worden vastgelegd in een verordening en gaan in vanaf belastingjaar 2027.
Wat verandert er?
Het waterschap maakt gebruik van vier wettelijke mogelijkheden om meer mensen te kunnen helpen:
- Kwijtschelding voor AOW’ers zonder aanvullend pensioen.
- Een hogere vermogensgrens, waardoor mensen met een klein spaarsaldo eerder in aanmerking komen.
- Kwijtschelding voor zelfstandig ondernemers met een laag inkomen.
- Rekening houden met netto-kinderopvangkosten bij de beoordeling.
Mensen in de bijstand kwamen al in aanmerking voor kwijtschelding. Met deze aanpassingen wil het waterschap voorkomen dat inwoners en ondernemers met weinig geld in financiële problemen komen. De toegankelijkheid voor kwijtschelding wordt voor mensen met een laag inkomen en een laag vermogen vergroot. Ook draagt de verruiming bij aan het werken vanuit één overheid. Het is voor belastingbetalers immers logisch wanneer lokale overheden dezelfde kwijtscheldingscriteria hanteren.
Hoe vraagt u kwijtschelding aan?
Een aanvraag voor kwijtschelding loopt via GBLT. Dit kan digitaal via de website van GBLT. GBLT beoordeelt of u recht heeft op volledige of gedeeltelijke kwijtschelding. Op de website van GBLT staat meer informatie over de voorwaarden en de aanvraag.