Ga naar de inhoud

Watersysteem onder druk door extremer weer: “Meer innovatieve wateropslag vereist”

Hittegolven, zware buien en lange periodes van droogte: Nederland krijgt de komende decennia te maken met steeds extremer weer. Welke uitdagingen brengen die weersextremen voor het watersysteem van Flevoland met zich mee? En wat vraagt dat van Waterschap Zuiderzeeland?

Weervrouw Diana Woei van Omroep Flevoland windt er geen doekjes om: “Het weer is natuurlijk elke dag anders, maar uit alles blijkt dat het in Nederland nu significant warmer is dan in pakweg 1600. Schilderijen uit die tijd laten zien dat de winters veel strenger waren en de zomers juist korter en koeler. Data uit metingen in de afgelopen honderd jaar laten keihard zien dat de wereldwijde temperatuurstijging sinds de industriële revolutie in een stroomversnelling is geraakt – met alle gevolgen van dien voor het weer.”

Hevige droogtes en neerslagpieken

“Daar waar aan het begin van de vorige eeuw gemiddeld net geen 700 millimeter per jaar aan neerslag viel in Nederland, is dat nu zo’n 874 millimeter, een toename van 27% in ongeveer 100 jaar”, noemt Woei een van de trends. “Typerend is ook dat die neerslag vaker in pieken valt. Warmere lucht kan per graad 7% meer vocht bevatten”, legt ze uit. “Dus áls je in warme lucht met buien te maken krijgt, zijn ze vaker hevig en plaatselijk. Dat is ook precies wat je nu al ziet in onze zomer. Piekbuien in steden leiden bijvoorbeeld vaker tot blank staande straten. Tussen dat soort buien door hebben we vaker met lange periodes van droogte te maken. De winters brengen juist meer neerslag die over grotere gebieden valt.”

Meer en nóg extremer weer

Woei is ervan overtuigd dat het extremere weer van nu de komende decennia alleen maar nóg extremer zal worden – met meer en hevigere hittegolven, meer piekbuien en nog nattere winters. “Want als het de mens al lukt om de wereldwijde klimaatverandering te remmen of stoppen, zal het weerbeeld niet binnen een paar jaar weer als vanouds zijn. Waterschappen moeten dit extremere weer dus echt als het nieuwe normaal beschouwen en daar met hun beleid op voorsorteren. Het is geen leuk nieuws, maar mooier kan ik het niet maken.”

Peilbeheer per ‘gebiedsfunctie’

Heemraad Jaap Lodders van Zuiderzeeland benadrukt graag de kracht van het watersysteem van Flevoland. “De ongekende precisie waarmee ons gebied ooit is ontworpen, maakt dat we de hydrologische situatie voor alle gebiedsfuncties in onze provincie perfect kunnen regelen. Wonen, werken en landbouw vooral met waterafvoer, natuurgebieden en archeologie juist met een hoger waterpeil. In Zuidelijk Flevoland houden we de waterkwaliteit op niveau met kwel vanuit de Veluwe, in delen van Oostelijk Flevoland houden we zoute kwel uit de diepe ondergrond tegen met wateraanvoer uit het IJsselmeer. Al met al is er nog steeds voldoende water beschikbaar in Flevoland in droge periodes en houden we droge voeten als het nat is.”

Druk op systeemgrenzen

“Maar we moeten eerlijk zijn: mede door extremer weer loopt ons watersysteem ook steeds vaker tegen grenzen aan”, zegt Riet Rijs, lid van het Algemeen Bestuur van Zuiderzeeland. Gevraagd naar voorbeelden noemt ze het dorp Tollebeek, waar in een najaarsnacht in 1998 ruim 100 millimeter regen viel na een toch al natte periode. Ondanks de continu draaiende gemalen liep het dorp bijna onder water, akkers stonden al blank; het watersysteem was simpelweg overbelast. “Maar ook droogte geeft steeds vaker problemen. Sinds 2018 hebben we al meerdere droge zomers gehad waarbij enkele natuurplassen droogvielen en het grondwater wegzakte en – met serieuze schade aan teeltgewassen en bomen tot gevolg”, voegt ze toe. “Enkele keren, deze zomer nog, hebben we bijna een beregeningsverbod ingesteld als maatregel tegen verdere verdroging.”

Sneller schakelen tussen waterafvoer en -berging

Extreem droge en natte periodes op zichzelf zijn niet het enige probleem volgens Rijs. Uitdagend is vooral ook de steeds snellere afwisseling tussen die twee. “Anders dan voorheen – toen de neerslag minder vaak in piekbuien kwam – moet het systeem nu sneller kunnen switchen tussen waterafvoer en water vasthouden en aanvoeren. In stedelijke gebieden werken we daarom bijvoorbeeld aan een betere infiltratiecapaciteit en meer open water waarmee de druk op het riool bij piekbuien afneemt en water wordt ‘bewaard’.” Lodders stelt dat het watersysteem van Flevoland ook beter op weersextremen moet kunnen anticiperen dan nu het geval is. “Op tijd beginnen met malen doen we al, voor het opslaan van water moeten we op zoek naar andere, innovatieve, systemen.”

Waterkwaliteit

Ook de kwaliteit van het oppervlaktewater komt door toenemende hittegolven en periodes van droogte vaker in het gedrang volgens Rijs. “Bij hogere watertemperaturen groeit het risico op zuurstofloosheid en bloei van blauwalg, een bacterie die vogels, vissen, honden en ook mensen ernstig ziek kan maken. Die problemen liggen het sterkst op de loer in steden, waar de doorstroming van het water in vijvers, singels en sloten juist bij droogte nogal eens hapert. De snellere verzilting van het grondwater bij droogte, een proces waar vooral de landbouw last van heeft, is alleen op te lossen door meer doorspoelen met zoet water. Maar dan moet dat water wel beschikbaar zijn.”

Extra uitdagingen: inklinking en ruimtelijke plannen

Alsof weersextremen alleen nog niet uitdagend genoeg zijn, kampt de waterafvoer in Flevoland ook met het feit dat de provincie steeds verder inklinkt. Lodders legt uit dat de drooglegging (verschil tussen maaiveld en oppervlaktewaterpeil) minder wordt dan de 1,20 meter die al sinds de aanleg van Flevoland in landbouwgebied als uitgangspunt geldt. “En de bodem daalt niet overal even hard. Klei houdt bijvoorbeeld beter water vast dan veen, terwijl zand juist sterk waterdoorlatend is. Door verschillen in bodemsoorten zakken bepaalde gebieden dus sneller dan andere. Die ongelijkmatige inklinking maakt toekomstbestendig watermanagement extra complex. Om nog maar niet te spreken over alle toekomstige ruimtelijke plannen zoals de woningbouwopgave en de kazerne in Flevoland. Of over het effect van aanpassingen in de landelijke waterverdeling en de mogelijke peilverhoging in het IJsselmeer om meer te kunnen spuien op de Waddenzee.”

Afwentelen voorkomen

Zijn de zeven gemalen in Flevoland wel voldoende met het oog op de toekomst? Staan ze op de juiste plekken? Moeten we kanalen en tochten verbreden? Kunnen we ervoor zorgen dat de bodem meer water vasthoudt? Antwoord op dit soort vragen voor de lange termijn heeft Lodders nog niet. “Maar we zijn wél al volop met onderzoek en scenario-analyses bezig zodat we gedegen kosten-/batenanalyses en goed gefundeerde beleidskeuzes kunnen maken. Zonder dat we problemen afwentelen binnen ons eigen gebied, naar andere provincies of naar de toekomst. Dat de totale opgave voor ons waterschap zal toenemen en dus ook om fors hogere investeringen gaat vragen, staat vast.” Rijs: “En we zullen goed moeten onderzoeken wat we zelf kunnen regelen en waarvoor afstemming met provincies en het Rijk nodig is. Denk ook aan internationale afspraken zoals Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water. Water houdt zich nu eenmaal niet aan grenzen.”

Schokland: lokaal watermanagement voor erfgoed

Vanuit hydrologisch oogpunt is Schokland volgens Rijs en Lodders een uniek geval. Het voormalige eiland in de Zuiderzee gold aanvankelijk als een obstakel in de polder, maar de historische waarde ervan werd gelukkig op tijd erkend. Rijs: “In de bodem daar zitten prehistorische schatten van 10.000 jaar terug die verloren gaan als het grondwater te ver wegzakt. Daarom is direct rond het eiland het grondwaterpeil verhoogd met hulp van aanvoer van water via een tocht. In de overgang naar het landbouwgebied is een bufferzone ingesteld. De ingreep was fors, maar garandeert het behoud van UNESCO werelderfgoed.”