Het waterschap houdt de waterstanden in vaarten, tochten en sloten op peil met gemalen, stuwen, hevels en waterinlaten. Zo zorgen we voor een goede balans: niet te veel en niet te weinig water. Zie Het water op hoogte houden (waterpeilbeheer) | Zuiderzeeland (opent in nieuw tabblad).
Bij stroomuitval werken de gemalen niet op elektriciteit. Met noodaggregaten kunnen ze wel blijven draaien, maar ze pompen minder water weg. Als het in die periode veel regent, kunnen waterstanden tijdelijk stijgen. Dit zijn enkele millimeters tot centimeters per dag.
Die kans is klein. Ook bij stroomuitval blijven waterstanden in principe binnen de oevers. Hoe hoog het water komt te staan, hangt af van hoeveel regen er valt en hoe lang de stroom uitvalt.
Bij een langdurige stroomuitval kan het waterpeil langer hoog blijven, omdat een deel van de gemalen op noodstroom werkt en één gemaal op diesel draait. Na één tot enkele weken zijn de waterstanden weer normaal.
Zorg voor een tuin waarin water goed de grond in kan, bijvoorbeeld door meer groen en minder bestrating. Dat helpt om wateroverlast te beperken.