Ga naar de inhoud

Waterstanden

De gemalen – die normaal de polders drooghouden – kunnen bij stroomuitval alleen met noodaggregaten werken en minder water wegpompen. Als in zo’n periode veel regen valt, dan raken de sloten, tochten en vaarten vol. Er staan plassen op het land en het riool is sneller vol. Hoe snel dat gaat, is erg afhankelijk van hoeveel neerslag er valt en hoe lang de stroom uitvalt. En valt de bui in een droge of natte periode? De kans dat water vanuit vaarten, tochten en sloten uw huis inloopt, is klein. Op deze pagina leest u hoe we in een normale situatie de waterstanden in vaarten, tochten en sloten regelen. En bij stroomuitval. 

Flevoland ligt onder zeeniveau, en daarom is goed waterbeheer essentieel. Te weinig water kan leiden tot droogte, terwijl te veel water juist zorgt voor overlast of zelfs schade. Het waterschap houdt de waterstanden nauwlettend in de gaten om de balans te bewaren.  

We houden het water op hoogte met: 

Waterbeheer tijdens een stroomuitval 

Als de stroom uitvalt functioneren de op elektriciteit aangedreven gemalen niet meer. Door noodaggregaten in te zetten, kunnen deze gemalen blijven functioneren. Voor een deel hebben we noodaggregaten in ons eigen beheer. Voor het plaatsen en gebruik van noodaggregaten voor het overige deel hebben we afspraken met bedrijven. Dit noemen we ook wel waakvlamovereenkomsten. Ondanks deze goede afspraken, doen we de komende tijd een extra stap. Waterschap Zuiderzeeland wil bij stroomuitval 72 uur zelfstandig kunnen functioneren zonder dat brandstof, materialen of installaties van andere partijen nodig zijn. Daarom werken we aan een plan om zelf noodaggregaten en brandstof voor de gemalen in beheer te hebben. 

Kleine kans op wateroverlast bij normaal weer 

De gemalen blijven dus bij stroomuitval water uit Flevoland pompen. Alleen werken de gemalen niet op volle kracht. Er is bij stroomuitval een deel van de maximale pompcapaciteit van de polder beschikbaar. De kans op hoge waterstanden bij normaal weer (af en toe een flinke bui) is klein. Denk bij hoge waterstanden aan 20 tot 40 centimeter hoger dan de oorspronkelijke waterstand. De kans dat ergens water het land op stroomt is nog kleiner. Het deel van de gemalen dat op generatoren kan blijven werken en het deel dat op diesel werkt, zorgen er samen voor dat de waterstanden in Flevoland binnen de oevers blijven. De kans op wateroverlast in een zeer natte periode (herfst en winter) is ten opzichte van een droge periode (voorjaar en zomer) iets groter. En hoe langer de duur van de stroomuitval, hoe groter weer de kans is dat dit samenvalt met veel neerslag. Toch blijft de kans dat water uw huis instroomt zeer klein.

Bij stroomuitval kan het water lang hoog staan 

Bij stroomuitval kan het water lang hoog staan. Na één tot enkele weken zijn die gebieden ook weer leeggepompt, omdat we een deel van de gemalen met generatoren in bedrijf houden én één gemaal niet op elektriciteit maar op diesel werkt. 

Wat kunt u doen? 

Kijk voor meer informatie en voor de meest gestelde antwoorden op: 

logo denk vooruit