Geschiedenis
Gemaal Lovink is in oktober 1956 in werking gezet om de Oostelijke Flevopolder droog te leggen. Dit lukte, samen met de gemalen Wortman (Lelystad) en Colijn (Ketelhaven), binnen negen maanden. Gemaal Lovink is genoemd naar dr. H.J. Lovink (1866-1938). Hij was voorzitter van de Staatscommissie, die de landbouwkundige en economische kant van de inpoldering heeft behandeld. Daarna was hij voorzitter van de Commissie van Advies voor de proefpolder vlakbij Andijk (Noord-Holland).
Het gemaal
Gemaal Lovink staat in Biddinghuizen en pompt water uit de polder naar het Veluwemeer. Zelfs op dagen dat het niet regent moet het gemaal water uit de polder pompen. Dit komt doordat er altijd water vanuit de bodem omhoogkomt. Dit noemen we kwelwater.
Om droge voeten te houden, hebben we afspraken gemaakt over hoe hoog het water in de vaarten mag staan. In Zuidelijk en Oostelijk Flevoland is dit voor de Lage Vaart –6,20 meter NAP en voor de Hoge Vaart –5,20 meter NAP. Lovink pompt jaarlijks maar liefst 145 miljoen m3 water weg. Dit staat gelijk aan ongeveer 58.000 olympische zwembaden.
De werking
De gemalen zijn als het ware in de dijk geplaatst. Het water uit de polder pompen, gaat niet vanzelf. Daarvoor moet het water eerst bijna vier meter omhoog gepompt worden. Hiervoor zijn grote pompen nodig waarvan Lovink er twee in het totaal heeft. Deze zijn aangesloten op de Hoge Dwarsvaart en kunnen elk maar liefst 550 m3 water per minuut wegpompen.
Vervolgens stroomt het water via grote gangen (perskokers) het Veluwemeer in. Deze gangen zijn zo groot dat je er zelfs met een auto doorheen kan rijden. Om te voorkomen dat het water terugstroomt, zitten er grote kleppen (terugslagkleppen) in die gang. De pompen gaan automatisch aan als de waterstand te hoog is.
Architectuur en kunst
In de kopgevel van het gebouw zit een patroon gemaakt uit keramiek aangebracht door J.M. Roozenburg uit Eijsden. Het kunstwerk heet ‘Land en Water’. Het toont een landbouwer en een visser die elkaar de hand reiken over de dijk heen.

