Gebiedskenmerken waterbeheer

Er zijn drie soorten gebieden als het gaat om waterbeheer in Flevoland. We leggen per gebied uit wat de kenmerken zijn.

Wateraanvoergebieden

De wateraanvoergebieden staan met een blauwe kleur op de kaart aangegeven. Langs de randen van de Noordoostpolder liggen wateraanvoergebieden. Ze hebben een oppervlak van in totaal circa 11 000 hectare (=24% van de Noordoostpolder). Door de zandgronden kan het water snel in de bodem wegzakken. Hierdoor zijn deze gebieden droogtegevoeliger dan de andere gebieden in Flevoland. Deze droogtegevoeligheid wordt bestreden door het inlaten van water. In totaal kan het waterschap 7000 tot 9000 liter water per seconde inlaten. Dit doen we met ongeveer zes hevels, negen inlaten, honderddertig kilometer wateraanvoersloot, vijftienhonderd stuwputten en verschillende gesloten leidingsystemen. Langs de westkant van de Noordoostpolder wordt water niet alleen ingelaten voor een goed waterpeil, maar ook voor het verbeteren van de waterkwaliteit. In het westelijke deel van de Noordoostpolder is er namelijk sprake van zout kwelwater. Voor verschillende landbouwgewassen is water met een lagere zoutwaarde nodig. Het inlaten van water wordt niet alleen voor de agrarische sector gedaan. Ook voor natuur en stedelijk gebied (Urk en Lelystad) is het inlaten van water belangrijk.

Gestuwde gebieden

De gestuwde gebieden staan op de kaart met een oranje kleur aangegeven. Dit zijn de hogere delen in Flevoland waar het belangrijk is om het water vast te houden. De gestuwde gebieden komen in het stedelijk gebied, het landelijk gebied en bij natuurgebieden voor. Het vasthouden van water zorgt ervoor dat het waterpeil goed blijft. Het waterpeil regelt het waterschap met stuwen. Vandaar dat we het de gestuwde gebieden noemen. Het waterschap en alle gebruikers van het water uit de sloten en tochten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een goed waterpeil.

Bemalen gebieden

De bemalen gebieden staan op de kaart met een gele kleur aangegeven. Het grootste deel van Flevoland zijn bemalen gebieden. In deze gebieden is de aanvoer van water vanuit de grond, oftewel kwelwater, heel sterk aanwezig. Door de constante aanvoer van water vanuit de grond is het in deze gebieden nodig om het hele jaar door water uit het gebied te bemalen. Daarnaast is het watersysteem wat groter, waardoor deze gebieden natte en droge perioden makkelijk kunnen opvangen.