Rol van waterschap

Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer van de waterpeilen binnen het beheergebied. Door droogte en het intensieve gebruik van water kunnen de peilen in de vaarten en tochten gaan zakken.

De inzet van het waterschap is er op gericht is om zo goed mogelijk aan de afspraken te voldoen, die zijn vastgelegd in de peilbesluiten. Hiermee zorgen we voor voldoende beschikbaarheid van water en het beperken van schade door droogte. Wat het waterschap kan doen om de waterpeilen te handhaven is afhankelijk van het type gebied:

  • In de grote bemalen peilvakken regelt het waterschap de waterpeilen door de inzet van de gemalen. Als het langdurig droog is zullen de gemalen steeds minder water gaan uitmalen. Als de waterpeilen in de vaarten en tochten zouden gaan dalen, dan kan het waterschap het gebruik van water voor de beregening gaan beperken of verbieden. Deze situatie is heel uitzonderlijk en heeft zich nog nooit voorgedaan.
  • Boeren in gestuwde gebieden hebben en eigen verantwoordelijkheid. Als zij oppervlaktewater gebruiken voor beregening, dan moeten zij ervoor zorgen dat de betreffende tocht weer wordt aangevuld door water over de stuw te pompen. Het waterschap zal hierop toezien en handhaven. In de gestuwde gebieden waar niet actief water uit wordt onttrokken (natuurgebieden en stedelijke gebieden) zorgt het waterschap ervoor dat het de waterpeilen niet te ver dalen en waar nodig worden aangevuld.
  • In de wateraanvoergebieden zorgt het waterschap voor de inlaat en verdeling van het water. Als de voorraad in het IJsselmeergebied te klein wordt, dan moeten we (net als de andere waterschappen rond het IJsselmeer/Markermeer) de hoeveelheid water die we inlaten beperken. Het waterschap zal dan eerst inzetten op het besparen van water. Als dat niet voldoende blijkt, dan moet het waterschap een beregeningsverbod instellen.