Bij Waterschap Zuiderzeeland kijken we in de Watervisie door een waterbril naar ons beheergebied. Zoals wat grote opgaven en infrastructurele ontwikkelingen betekenen voor het bodem- en watersysteem. Denk hierbij aan klimaatverandering, de woningbouwopgave, achteruitgang van de biodiversiteit en de energietransitie. De visie laat zien hoe deze opgaven en het waterschapswerk aan waterveiligheid, het beheer van sloten, tochten en vaarten en het zuiveren van afvalwater elkaar kunnen beïnvloeden.

Verbinding tussen water en ontwikkelingen in het gebied

In de Watervisie verbinden we waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Want steeds vaker overstijgen deze opgaven de grenzen van vakgebieden en organisaties. Ze vragen om een gezamenlijke aanpak. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Zodat inwoners en hun nageslacht prettig kunnen wonen, werken en recreëren in steden en dorpen, landbouwgebieden en natuurterreinen.

Uitnodiging voor gesprek

In de Watervisie kiezen we voor een integrale benadering met een tijdshorizon van enkele jaren tot enkele decennia, afhankelijk van de opgave. Het is een verkenning, geen vastomlijnd plan, en niet bedoeld als eenrichtingsverkeer. De opgaven zijn groot en urgent; we kunnen ze als functionele overheid niet zelfstandig oplossen. Verbinding tussen en samenwerking met partners is daarom essentieel. Deze Watervisie is onze uitnodiging om met elkaar in gesprek te gaan, zodat we kunnen werken aan het bereiken van onze gezamenlijke doelen en ambities. Tegelijk vormt deze verkenning een bron van inspiratie voor ons Waterbeheerprogramma 2022-2027, waarin we vastleggen welke doelen we in de planperiode willen bereiken.

De urgentie is groot

Er moet een hoop gebeuren om ook in de toekomst goed te kunnen leven, wonen en werken in de polder. De grenzen van het bodem- en watersysteem zijn in zicht: de bodem daalt en voldoet niet meer aan de bestemming en het grondwater wordt zouter. Bij Waterschap Zuiderzeeland vinden we daarom dat water iets is om al bij de start van de inrichting van een gebied rekening mee te houden.

Ontwikkelingen waar we voor staan

Klimaatverandering

Sinds 1901 steeg de gemiddelde temperatuur in Nederland, dus ook in ons beheergebied, met circa 2 °C. De gevolgen van klimaatverandering zijn nu al goed merkbaar: een stijgende zeespiegel, nattere winters, drogere en warmere zomers en meer extreme neerslag. In 2018 werden in Lelystad 49 zomerse dagen (warmer dan 25 °C) gemeten, een record. Klimaatverandering kan onder meer leiden tot een verminderde waterkwaliteit, wateroverlast en een hogere sterfte onder kwetsbare bevolkingsgroepen. De nationale waterveiligheidsopgave – om ons land te beschermen tegen de stijgende zeespiegel – kan grote regionale gevolgen hebben. En tijdens langere, droge perioden is het niet langer vanzelfsprekend dat voor alle functies voldoende water beschikbaar is van de juiste kwaliteit. We investeren fors in ons watersysteem en werken mee aan de klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van onze dorpen, steden en het landelijk gebied in 2050, zodat deze gebieden bestand zijn tegen de gevolgen van extreme neerslag en lange perioden van droogte en hitte.

Achteruitgang biodiversiteit

Biodiversiteit is de verscheidenheid aan planten, dieren, micro-organismen en schimmels, de levensgemeenschappen die zij vormen en de ecosystemen waarin zij leven. Biodiversiteit is er niet alleen in natuurgebieden. Veel dier- en plantensoorten leven in steden, dorpen en in het agrarisch gebied. Door menselijk toedoen wordt de biodiversiteit echter bedreigd, al zijn er ook soorten waar het juist goed mee gaat. Zo zijn de populaties van zoetwaterfauna (vissen, broedvogels, amfibieën, vlinders, etc.) het laatste decennium stabiel, na een lange periode van afname. Dit komt onder meer doordat de waterkwaliteit is verbeterd, een gevolg van nationaal en internationaal milieubeleid zoals de Kaderrichtlijn Water. Toch gaat de verbetering langzaam en is de waterkwaliteit nog altijd niet voldoende. Ook de Nederlandse natuur op land staat er niet goed voor: diverse vogel-, vlinder- en reptielen- soorten die vroeger algemeen voorkwamen, zijn tegenwoordig zeldzaam. Recent onderzoek laat zien dat het verlies aan insectenrijkdom parallel loopt met het verlies aan boerenlandvogels (insecteneters). Oorzaken zijn onder andere verstedelijking en versnippering (landschapsfragmentatie)en stikstofemissies. In de vorige eeuw aangelegde agrarische polders, zoals de Flevopolders, kennen specifieke problemen: homogeen beheer, bodemverdichting, bodemdaling en het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. En er zijn nieuwe bedreigingen, zoals klimaatverandering en de invasie van soorten die hier niet thuishoren (exoten). Het waterschap werkt mee aan het herstellen en vergroten van de biodiversiteit op haar terreinen in het landelijk en stedelijk gebied.

Afname landbouwgrond

Ooit zijn de polders aangelegd als landbouwgebied, hoofdzakelijk bedoeld om voedsel te produceren. De agrarische sector van Flevoland behoort tot de productiefste ter wereld. Deze efficiënte werkwijze heeft soms wel geleid tot bodemdegradatie en tot afname van de biodiversiteit. Door bodemdaling en klimaatverandering zal de landbouwgrond in sommige delen van het gebied in de toekomst natter zijn, wat de gebruiksmogelijkheden belemmert. Daarnaast is er ruimte nodig voor woningen, infrastructuur en het opwekken van duurzame energie. Door deze ontwikkelingen zal het huidige areaal landbouwgronden in Flevoland in de periode tot 2040 afnemen met circa 10%.

Bevolkingsgroei en verstedelijking

De bevolking blijft groeien en huishoudens worden kleiner. Daardoor zijn er de komende jaren veel nieuwe woningen nodig. Om de woningnood te verkleinen krijgt Nederland er de komende tien jaar een miljoen woningen bij. Ook voor ons gebied ligt er een flinke opgave, als onderdeel van de metropoolregio Amsterdam en de stedelijke regio Zwolle. Tot 2050 worden in de drie Flevopolders 90.000-115.000 woningen gebouwd. Almere wordt misschien wel de vijfde stad van Nederland, direct na Utrecht. Dit zal leiden tot een toenemende druk op de toch al schaarse ruimte. Niet alleen door de woningbouwopgave, maar ook door de groeiende mobiliteitsbehoefte en doordat er meer ruimte nodig is voor bedrijvigheid en recreatie. Bij nieuwbouw binnen de bestaande kernen (verdichting) en erbuiten (stedelijke uitbreiding) zijn aanpassingen nodig in verband met bodemdaling en toenemende wateroverlast, zodat de publieke ruimte leefbaar blijft. Door de groei van de bevolking neemt de drinkwatervraag toe en wordt er meer afvalwater geproduceerd. Dit vraagt om een uitbreiding van de capaciteit om afvalwater te zuiveren. Door de stapeling van opgaven is de ruimtelijke dynamiek plaatselijk extra groot. Zo is er bij de kust van Lelystad niet alleen behoefte aan een mix van wonen en bedrijvigheid, maar ook aan een leefbare en duurzame openbare ruimte. Daarvoor zijn ook de belevingswaarde en toegankelijkheid van water van belang: langs en op vaarten en tochten is het aantrekkelijk om te varen, vissen, wandelen en fietsen. En ons watererfgoed is een belangrijk onderdeel van het verhaal over het ontstaan van ons gebied.

Digitale transformatie

Digitalisering verandert onze maatschappij ingrijpend en is tegelijkertijd essentieel om de maatschappij draaiende te houden. Tijdens de coronacrisis heeft de digitale transformatie een enorme vlucht genomen. Digitale technologieën bleken van cruciaal belang voor de economie en het sociale leven. Naar verwachting zijn veel veranderingen – denk aan video-vergaderen en onderwijs op afstand – van blijvende aard. De digitale dienstverlening van bedrijven en overheden ontwikkelt zich daarnaast voortdurend; digitale systemen worden ‘intelligenter’ en het gebruik van monitoringtechnologieën neemt toe. Als neveneffect van deze (versnelde) digitale transformatie neemt de (stedelijke) mobiliteit mogelijk af, terwijl de behoefte aan (duurzame) digitale infrastructuur juist sterk groeit. Dit kan grote gevolgen hebben voor de ruimtelijke inrichting. Het waterschap investeert in het breder toegankelijk maken van informatie, het verbeteren van de digitale dienstverlening en de datakwaliteit, en in digitale dataverwerking en -analyse.

Energietransitie

Om klimaatverandering tegen te gaan moet de energievoorziening in 2050 bijna helemaal duurzaam en CO2-neutraal zijn. Om dit te bereiken is er ruimte nodig voor hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon. Van alle provincies wekt Flevoland nu al de meeste windenergie op: 1.200 megawatt, zo’n 20% van het landelijke totaal. Tot 2030 wil Flevoland opschalen naar een duurzame elektriciteitsproductie met 1.700 megawatt wind en 1 gigawattpiek zon. Het zuiveren van afvalwater en het uitpompen van overtollig water door de gemalen kost veel energie. Het waterschap gebruikt zoveel mogelijk groene energie en blijft de mogelijkheden verkennen om het energieverbruik verder te verminderen, en daarmee de CO2-voetafdruk te verminderen.

Circulaire economie

Meer dan de helft van de menselijke invloed op het klimaat is toe te schrijven aan de winning van grondstoffen, waaronder biomassa (o.a. hout, textielvezels en landbouwproducten), fossiele brandstoffen (o.a. olie, kolen en gas), oppervlaktedelfstoffen (o.a. zand, grond en klei) en ertsen (o.a. ijzer, koper en bauxiet). Nederland streeft naar een volledige circulaire economie in 2050. Alle grondstoffen zijn dan duurzaam geproduceerd, hernieuwbaar en ruim voorradig. Dit vraagt om forse besparingen op energie en grondstoffen, o.a. in de industrie en in de gebouwde omgeving. Bij het terreinbeheer door gemeenten, terreinbeherende organisaties, recreatiebedrijven en het waterschap in Flevoland komt jaarlijks 287 ton aan groene grondstoffen vrij. Deze bestaan uit gras, snoeihout en waterplanten, en vormen mogelijk een grondstof voor nieuwe materialen. Ook bagger- en rioolslib kunnen worden gebruikt voor nieuwe toepassingen.

Wat water kan betekenen

De maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed op het watersysteem en het waterbeheer. Lees in de Watervisie wat dit betekent en welke opgaven er liggen voor de toekomst.

  • Laat de ondergrond doorklinken
  • Water opnieuw in balans
  • Naar een natuurlijk, schoon netwerk
  • Van zuiveren naar slim ketenmanagement
  • Van waterkering naar dynamisch
  • Dijklandschap

In de geest van de Omgevingswet

De Watervisie past goed in de geest van de Omgevingswet. Die stelt dat overheden meer de opgaven waar ze met elkaar voor staan centraal moeten stellen, in plaats van hun eigen taken. Bij de totstandkoming van de Watervisie is gesproken met gemeenten, provincie, terreinbeheerders, Rijkswaterstaat en LTO.

Contact

Meer informatie? Neem dan contact op met Jikke Balkema via j.balkema@zuiderzeeland of Ilse Strikkeling via i.strikkeling@zuiderzeeland.nl.  

Liever een – op duurzaam papier – gedrukte versie van de Watervisie ontvangen? Stuur dan een mail naar j.balkema@zuiderzeeland.nl.  

Heeft u gevonden wat u zocht?