Waterschap blijft eigenaar van grond bij tochten

Stroken grond langs duurzame oevers die door bodemdaling en bewerking van de grond langs tochten zijn ontstaan, worden geen eigendom van de grondgebruiker. Dat zegt het vonnis van de rechtbank Midden Nederland over het proefproces dat het waterschap samen met de LTO is gestart om duidelijkheid te scheppen voor agrariërs die geconfronteerd werden met de aanleg van duurzame oevers langs hun percelen.

“Wandelende insteken”

Waterschap Zuiderzeeland meet alle tochten bij de uitvoering van het project duurzame oevers in. Daarbij bleek dat door bodemdaling en grondbewerking de kadastrale grens niet altijd op de insteek van de tocht (de bovenzijde van de slootkant) ligt, maar op het perceel. Dit is bij bijna alle tochten in Flevoland het geval. Dit fenomeen is bekend geworden als de “wandelende insteken”. Vanwege de onduidelijkheid over de eigendom van de onstane stroken grond bij de grondaankopen voor het project duurzame oevers heeft Waterschap Zuiderzeeland samen met LTO een proefproces gevolgd.

Vonnis

Op 8 oktober 2014 heeft de rechtbank Midden Nederland uitspraak gedaan: het bewerken van de grond door de agrariërs is onvoldoende om door verjaring eigenaar te kunnen worden. De kadastrale grenzen, zoals die in de openbare registers zijn vastgelegd zijn leidend. LTO heeft laten weten dat er nu duidelijkheid is en heeft laten weten zich te conformeren aan de uitspraak. Ze gaan niet in hoger beroep. Waterschap Zuiderzeeland blijft door het vonnis eigenaar van de grondstroken die kadastraal tot de percelen van het waterschap behoren. “Ik ben blij dat de rechter heeft aangegeven dat het waterschap de wet op juiste wijze heeft toegepast. Door de medewerking van de betrokken agrariërs kunnen we nu doorgaan met de aanleg van duurzame oevers in Flevoland en zo de subsidiemogelijkheden voor het project volledig benutten’, aldus Jaap Naaktgeboren, heemraad van Waterschap Zuiderzeeland.

Duidelijkheid

Waterschap Zuiderzeeland is gedurende het proefproces wel verder gegaan met de aanleg van duurzame oevers. In de koopovereenkomsten met de betreffende agrariërs is een clausule opgenomen dat het waterschap zich zal conformeren aan de uitspraak. De uitspraak van de rechtbank schept duidelijkheid in een lang traject van onzekerheid voor zowel Waterschap Zuiderzeeland als de agrariërs die geconfronteerd werden met de aanleg van duurzame oevers langs hun percelen. Alle agrariërs die dit betreft, hebben een aparte brief van het waterschap ontvangen ter bevestiging van dit het vonnis van 8 oktober jl.