Dijkonderhoud

Om de dijken in Flevoland in een goede staat houden, onderhoudt het waterschap elk jaar de dijken. Het gaat hierbij onder andere om het maaien van dijken, herzetten van steenglooiingen, het aanbrengen van stortsteen en doorspuiten en vernieuwen van drainages.

Maaien en afvoeren van gras

Op grote delen van de dijken groeit gras. Met name de wortels van het gras zijn belangrijk om erosie van de klei, de bekleding van een dijk tegen te gaan. Om een goede grasmat te krijgen, moet het gras drie keer per jaar gemaaid en afgevoerd worden. Daarom zijn dijkdelen verpacht als hooiland. Een andere manier om het gras kort te houden, is beweiding met schapen; wat ook op de Flevolandse dijken gebeurt.

Herzetten van steenglooiingen

herzetten basalt Het talud (de schuine zijde) aan de waterkant van de dijken is voorzien van een stenen bekleding van basalt- en/of betonzuilen. Het beschermt de dijken tegen golfaanvallen tijdens stormen. Door de golfslag verzakken de zuilen en gaan ze voorover hangen. In het geval dat dit te erg wordt, is herzetten noodzakelijk. Het waterschap bepaalt op basis van inspecties waar het herzetwerk moet plaatsvinden. Tot nu toe is het zware specialistische herzetwerk voornamelijk handwerk, maar vanaf 2013 zijn hulpmiddelen voorgeschreven die voorkomen dat de steenzetters te zwaar tillen. Dit betekent voor Waterschap Zuiderzeeland een kostenverhoging voor onder andere kranen en klemmen. De steenzetters zijn dit jaar begonnen met het herzetwerk van basalt op de glooiing aan de IJsselmeerdijk tussen de Maximacentrale bij Lelystad en de Ketelbrug. Als dit gereed is zal de aannemer beginnen met het herzetten van basalt aan de Westermeerdijk.

Aanbrengen van stortsteen

steenstorten

De dijken in Flevoland zijn grotendeels uit zand opgebouwd. De onderkant van de dijk die in het water ligt, moet daarom beschermd worden tegen uitspoeling en erosie. Bij de aanleg van de dijken zijn daarvoor kraagstukken gebruikt. Kraagstukken zijn matrassen van wilgentenen en rietmatten. Zo’n matras wordt op de oever gemaakt en drijvend naar de benodigde plaats gevaren en dan afgestort met breuksteen of stortsteen. Bij bijna alle dijken op de waterlijn ligt een hoop stenen, wat we de stortberm noemen. Als deze stortberm verzakt, moet het waterschap die weer aanvullen. Elk jaar inspecteren opzichters de stortbermen, waarna zij bepalen waar nieuwe stortsteen bij moet komen. Naast bescherming van de onderzijde van de dijk fungeren de stortbermen ook als golfbrekers. Dit jaar is het waterschap begonnen met het storten aan de IJsselmeerdijk en Westermeerdijk. Medio september wordt is de Zwartemeerdijk aan de beurt.

Doorspuiten en vernieuwen van drainages

De Flevolandse dijken zijn opgebouwd uit zand. Hierdoor kan water makkelijk door de dijk heen stromen. Dit water heet kwelwater. Het is belangrijk dat dit water aan de binnenzijde van de dijk goed wordt opgevangen en afgevoerd. Daarom zitten onderaan de dijk, aan de landzijde, drainages in de dijk die uitmonden in de kwelsloot. Dit is de sloot die langs de dijk loopt.

Bij de aanleg van de dijken zijn voor de drainage overal gebakken kleibuisjes toegepast, maar deze zijn door de jaren heen verstopt geraakt en intussen allemaal vervangen door geperforeerde PVC buizen met een kunststof omhulling. Deze zijn zo in de dijk gelegd dat het mogelijk is vanaf de kwelsloot met een doorsteek of doorspuitapparaat de drain in te gaan en deze door te spuiten. Als hierbij verstoringen worden geconstateerd dan wordt de drain gerepareerd. In Oostelijk en Zuidelijk Flevoland wordt de drainage eens per vijf jaar doorgespoten en waar nodig hersteld. In de Noordoostpolder wordt de drainage eens per twee jaar doorgespoten.

Kleine onderhoudswerkzaamheden

Om te voorkomen dat schapen, die het gras op de dijk kort houden, overal naar toe lopen, zijn afrasteringen op dijken geplaatst. Door verschillende oorzaken ontstaat schade aan die afrasteringen, welke het waterschap vervolgens herstelt. Ook staan er op verschillende plaatsen borden op dijken. Beschadigde en verdwenen borden worden vernieuwd of vervangen. Verder verwijdert Waterschap Zuiderzeeland twee of drie keer per jaar het drijfvuil, allerlei begroeiingsresten, flessen en plastic. Dit gebeurt ook na iedere storm. Als er wegen op een dijk aanwezig zijn, wordt dit zogenaamde vloedmerk zo snel mogelijk opgeruimd om de verkeersveiligheid te waarborgen.