Gewenst waterpeil

Hoe hoog of hoe laag het water bij u in de buurt mag staan, stelt het waterschap vast met een peilbesluit. Dit vastgestelde waterpeil noemen we ook wel het streefpeil. Ondanks buien of droog weer zorgen medewerkers van het waterschap ervoor dat het waterpeil altijd tussen het maximale en minimale waterpeil blijft.

Bij het vaststellen van een peilbesluit, houdt het waterschap rekening met alle mensen en organisaties die een belang hebben bij het waterpeil in het gebied waar het peilbesluit voor geldt. Dit gebied noemen we een peilvak.

Weten hoe hoog het water bij u mag staan? Bekijk de kaart: Peilvak en peilbesluit.

Uitzonderingen

Als er heel veel regen valt, is het niet altijd mogelijk om het waterpeil precies op het streefpeil te houden. Daarom is in het peilbesluit vastgelegd dat het waterpeil zo'n twintig dagen per jaar hoger mag zijn dan gewenst. Natuurlijk proberen we het hele jaar aan het streefpeil te voldoen. Dat is voor iedereen belangrijk.

Verder zijn voor een aantal gebieden twee streefpeilen vastgelegd. Namelijk een zomerpeil (hoger waterpeil) en een winterpeil (normaal waterpeil). In de lente en zomer is namelijk de hoeveelheid regen kleiner dan de verdamping. Om te voorkomen dat het waterpeil/de grondwaterstand te ver daalt, maakt Waterschap Zuiderzeeland verschil tussen het zomerpeil en het winterpeil in de sloten. In de zomer is het waterpeil dan iets hoger. Ook is er in Flevoland een aantal gebieden waarvoor juist geen streefpeil is vastgesteld. Dat is vaak bij natuurgebieden waar een wisselend waterpeil juist gewenst is.

Weerscenario's

Waterschap Zuiderzeeland stuurt het waterpeil met stuwen en gemalen. Hierbij houden we ook rekening met de toestand van de bodem, het weer en de
weersverwachting. Oostelijk en Zuidelijk Flevoland is van oorsprong wat grootschaliger aangelegd. Hierdoor kunnen de vaarten, tochten en sloten in Oostelijk en Zuidelijk Flevoland veel neerslag beter verdelen en opvangen. In de Noordoostpolder is het watersysteem wat kleinschaliger en daardoor gevoeliger voor een regenbui. Om ervoor te zorgen dat in de Noordoostpolder op de juiste wijze op wisselende omstandigheden gereageerd wordt, heeft Waterschap Zuiderzeeland vier scenario's
opgesteld: droog, normaal, nat en zeer nat. Per regelbaar kunstwerk (stuwen, gemalen en inlaten) is beschreven wat er in welk scenario gedaan moet worden.

Droog scenario

In het droge scenario is er sprake van weinig tot geen regen. Daarnaast verdampt veel water. In dit scenario laten we maximaal water in vanuit het IJsselmeer. Stuwen worden waar omhoog gezet  om zo water in de tochten en sloten vast te houden.
Hierbij is het belangrijk dat de oevers niet inzakken, dat de waterkwaliteit goed blijft en dat er genoeg water is voor de natuur en het beregenen van gewassen. Dit wordt in de gaten gehouden en als het nodig is, neemt het waterschap maatregelen.

Normaal scenario

In normale omstandigheden valt er zo nu en dan regen en is er een normale mate verdamping. Dit noemen we een normaal scenario. De medewerkers van het waterschap zorgen ervoor dat het waterpeil goed is. Hoeveel water het gebied ingelaten moet worden, bepaalt het waterschap aan de hand van de watervraag. Stuwen zorgen voor een gelijkmatige verdeling van het water. De gemalen zorgen voor een constant streefpeil door op tijd water uit te malen. Hierdoor is er niet te veel en ook niet te weinig water aanwezig.

Nat scenario

In het natte scenario is er een weersvoorspelling van 20 tot 30 millimeter regenval en is er weinig verdamping. Voordat de regen valt, zorgt het waterschap ervoor dat minder water de polder in stroomt. Ook verlaagt het waterschap de aanslagpeilen van de gemalen (het waterpeil waarbij het gemaal begint te werken). Hierdoor is er meer ruimte in de sloten en tochten om de regen op te vangen.

Zeer nat scenario

Hierbij is er een voorspelling dat er meer dan 30 millimeter gaat vallen en er verdampt geen water. Op dat moment verlaagd het waterschap de waterpeilen zover als mogelijk. Daarnaast stoppen we de waterinlaat; water stroomt niet meer het gebied in. De stuwen zorgen voor een gelijkmatig verdeling van het water. Met alle maatregelen is er een buffer voor een grote hoeveelheid neerslag.

illustratie peilbeheer