Wateraanvoer NOP

In de Noordoostpolder zijn zandige gronden die in landbouwkundig opzicht droogtegevoelig zijn. Deze droogtegevoeligheid word bestreden door het aanvoeren van water.

De zogenaamde wateraanvoergebieden binnen het beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland bevinden zich voornamelijk in de noord- westhoek en langs de oost- en zuidrand van de Noordoostpolder. Men noemt dit het infiltratiegebied en het bestaat uit ca. 10.000 ha.

Door het aangevoerde water via het drainagestelsel in de bodem te brengen, wordt de vochtvoorziening van de gewassen gereguleerd. De volgende drie punten zijn van belang bij de wateraanvoer:

  • de doorlatendheid van de grond;
  • de drukhoogte van het water;
  • de onderlinge afstand waarop de drainage buizen liggen.

Tegenwoordig wordt naast het infiltratiesysteem meer en meer gebruik gemaakt van beregening om de vocht tekorten aan te vullen. In sommige gebieden combineert men het "ouderwets" infiltreren met een beperkte beregening.

Het aanvoerstelsel bestaat in grote lijnen uit:

  • Inlaatwerken : 9
  • Hevels : 6
  • Pompen fruittelers : 9
  • Hoofdaanvoersloten : 130 km
  • Stuwputten : ca. 1.500 stuks
  • Verschillende stuwen : klepstuwen, stapelstuwen, afsluiters etc.
  • Gesloten leidingsysteem : kassengebied bij Luttelgeest

Naast de tochten die het waterschap in het wateraanvoergebied beheert, zijn er vele sloten in het wateraanvoergebied die door de aangrenzende eigenaren beheerd worden. Om deze sloten op doorstroming te controleren voert het waterschap vier keer per jaar een controle uit; de zogenaamde schouw.