Vanaf 1 mei 2025 zijn wij gestart met de volgende fase van het versterkingsproject Ketelmeerdijk-Vossemeerdijk: de verkenningsfase. Deze fase loopt tot eind 2027.
In de vorige fase, de startfase, voerden we een technisch onderzoek uit. Dit resulteerde onder andere in inzicht in de sterkte van de ondergrond van de dijk. Ook hebben we bepaald wat de te verwachten waterstanden en hoogte van de golven zijn. Hiermee kregen we een beter beeld van de opgave.
Uitleg bij de onderstaande afbeelding over het gebied: de dijkversterking loopt van de Ketelbrug in het noorden tot aan de Roggebotbrug bij Dronten/Kampen.
Verstuurde nieuwsbrieven
Inschrijven nieuwsbrieven
Wilt u op de hoogte blijven van het project? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief
Wat gaan we nu doen?
We vinden het belangrijk om de omgeving te betrekken voor ideeën en mogelijkheden om samen te werken. De versterking moet de waterveiligheid waarborgen en richt zich primair op de versterking van de dijken. Maar we kijken daarbij ook naar hoe we dit passend maken in en voor de omgeving. Uw inbreng is daarbij belangrijk. Ook kijken we naar innovatieve en duurzame oplossingen.

Het proces
Het proces in deze verkenningsfase werkt als een trechter. Het start breed met het bepalen van de (mogelijke) bouwstenen voor deze versterking naar het combineren van bouwstenen tot alternatieven. Daarna trechteren wij door naar de kansrijke alternatieven en uiteindelijk een Voorkeursbeslissing, waarmee duidelijk is op welke wijze er versterkt gaat worden.
Bouwstenen zijn technische maatregelen voor het oplossen van de waterveiligheidsopgave of maatregelen benodigd voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van (de omgeving van) de dijk.
Uitleg over de afbeelding met een schematische weergave va het proces. In deze afbeelding staan de processtappen die wij in de verkenningsfase nemen: van een brede inventarisatie die tot bouwstenen leiden. Die gaan door een zogeheten zeef, tot we bij alternatieven komen. Die gaan ook weer door een zeef, tot we bij de kansrijke alternatieven komen. Uiteindelijk leiden deze tot een voorkeursalternatief en voorkeursbeslissing. Alle keuzes die wij in dit proces maken, zijn weloverwogen en afgestemd met betrokkenen.
Waar staan we nu?
Aan het begin van de verkenning zijn verschillende oplossingen onderzocht. Niet iedere oplossing blijkt geschikt. Sommige zijn technisch niet haalbaar, andere hebben te grote gevolgen voor de omgeving of lossen de veiligheidsopgave onvoldoende op. De oplossingen die na deze eerste beoordeling voldoende perspectief bieden, noemen we kansrijke alternatieven. Deze onderzoeken wij nu verder.

Onderzoeken
In zowel de startfase als in de verkenningsfase hebben we diverse onderzoeken laten uitvoeren. Deze vindt u op een aparte pagina. Ook vindt u hier documenten die opgesteld zijn om te komen tot het voorkeursalternatief
Veelgestelde vragen
Nederland heeft wettelijke normen vastgesteld om iedereen achter de dijken te beschermen tegen overstromingen. De norm voor de Ketelmeerdijk en de Vossemeerdijk is in 2017 opgehoogd op basis van de verwachte klimaatontwikkelingen en vanwege de hogere waarde van het achterland. Het peiljaar voor de nieuwe norm is 2050, maar de dijken worden zo aangepakt dat ze ook nog tot 2080 voldoen.
Beide dijken zijn nu nog veilig, maar vooruitkijkend naar de toekomst niet meer. Daarom is de versterking van Ketelmeerdijk en Vossemeerdijk onderdeel van het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Dat is het gezamenlijke programma van waterschappen en het Rijk om Nederland ook tot na 2050 waterveilig te houden.
Dat verschilt per deeltraject, maar grotendeels op hoogte (met name door golfklap, golfoploop en golfoverslag) en op bekleding (steen, asfalt en gras).
Tussen de Afsluitdijk en Flevoland ligt het IJsselmeer. Daar kan het flink stormen. Als dit vanuit het noordwesten gebeurt en lang aanhoudt, dan stijgt het waterpeil in het Ketelmeer en het Vossemeer. Dat betekent ook meer en hogere golfslag. Daar moeten de dijken tegen kunnen.
Klopt, maar dat willen we ook voor zijn en voorkomen dat er mogelijk in de toekomst problemen ontstaan. Dan zijn we te laat. Het is ook niet direct een probleem als er wat water over de dijk komt. Dat heeft golfoverslag: de sloten achter de dijk kunnen dat water opvangen en afvoeren. Maar als het teveel water wordt, wordt dit wel een probleem. Want dan kan het water niet meer snel genoeg worden afgevoerd.
De komende 20 jaar blijft het waterpeil van het IJsselmeer, voor zover nu bekend, gelijk aan het huidige peil. Door de Afsluitdijk is er geen directe relatie tussen de stijging van de zeespiegel en het waterpeil van het IJsselmeer, Ketelmeer en Vossemeer. Klimaatverandering heeft wel invloed. Overtollig water uit de IJssel en de omliggende polders moet worden afgevoerd naar de Waddenzee als het waterpeil te hoog dreigt te worden.
Omdat dit gevolgen heeft voor alle dijken rond het IJsselmeer, zijn hierover afspraken gemaakt in het peilbesluit voor het IJsselmeergebied. De afspraak is:
- tot 2050 blijft het waterpeil gelijk;
- van 2050 tot en met 2080 stijgt het meerpeil met 1 cm per jaar;
- daarna wordt tot 2100 extra pompcapaciteit ingezet.
Een dijkversterking is een complex project, waarbij veel verschillende belangen samenkomen. Naast waterveiligheid kijken we onder andere ook naar natuur, landschap, cultuurhistorie, landbouw, recreatie, kabels en leidingen, archeologie, kosten en uitvoerbaarheid. Natuurlijk is ook de impact op de omgeving van belang. Het is belangrijk dat er voor bepaalde oplossingen draagvlak is. Al deze punten worden zorgvuldig onderzocht, voordat een besluit wordt genomen. Dat kost tijd, maar zorgt er wel voor dat uiteindelijk de best mogelijke oplossing wordt gekozen.
Verkenningsfase
Nee, op dit moment bevingen we ons nog in de verkenningsfase. We zijn nu zover dat alleen nog de meer kansrijke alternatieven verder worden onderzocht en met elkaar worden vergeleken. Hierin worden ook de belangen van de omgeving meegewogen. De uitkomst daarvan is de keuze van een voorkeursalternatief. Daarmee is de verkenningsfase afgerond. In de volgende fase wordt het ontwerp verder uitgewerkt.
Aan het begin van de verkenningsfase zijn verschillende oplossingen onderzocht. Niet iedere oplossing blijkt geschikt. Sommige zijn technisch niet haalbaar, andere hebben te grote gevolgen voor de omgeving of lossen de veiligheidsopgave onvoldoende op. De oplossingen die na deze eerste beoordeling voldoende perspectief bieden, noemen we kansrijke alternatieven. Deze zijn verder onderzocht.
De alternatieven zijn beoordeeld op verschillende punten. Uiteraard staat waterveiligheid voorop. Daarnaast kijken we onder andere naar de gevolgen voor bewoners, bedrijven, natuur, landschap, recreatie, landbouw, beheer en onderhoud, uitvoerbaarheid, duurzaamheid, planning en kosten. Alleen alternatieven die op deze onderdelen voldoende perspectief bieden, zijn verder uitgewerkt.
Sommige oplossingen bleken onvoldoende bij te dragen aan de waterveiligheid. Andere alternatieven hadden grote negatieve effecten op bijvoorbeeld woningen, natuur of landbouw, of waren technisch zeer ingewikkeld of onevenredig kostbaar. Deze alternatieven zijn daarom niet verder meegenomen.
Ja. Dat gebeurt regelmatig bij dijkversterkingen. De situatie verschilt namelijk over het traject. Het uiteindelijke voorkeursalternatief kan bestaan uit een combinatie van maatregelen die per locatie de beste oplossing vormen.
Nee. De goedkoopste oplossing is niet automatisch de beste oplossing. Bij de keuze voor een voorkeursalternatief kijken we naar veel meer dan alleen de kosten. Waterveiligheid staat altijd voorop. Daarnaast wegen we onder andere de gevolgen voor bewoners, natuur, landschap, landbouw, recreatie, beheer en onderhoud, uitvoerbaarheid en duurzaamheid mee. Uiteindelijk zoeken we naar een oplossing die het beste totaalbeeld oplevert.
Niet per se. Het alternatief met de minste milieueffecten is niet altijd het alternatief dat op alle andere onderdelen het beste scoort. Daarom worden alle relevante aspecten gezamenlijk afgewogen. Het uiteindelijke voorkeursalternatief is een integrale afweging waarin waterveiligheid altijd de belangrijkste randvoorwaarde is.
Door meerdere alternatieven zorgvuldig te onderzoeken, ontstaat een goed beeld van de voor- en nadelen van iedere oplossing. Zo kan een onderbouwde keuze worden gemaakt. Bovendien leiden de onderzoeken vaak tot verbeteringen van de alternatieven of tot een combinatie van verschillende oplossingen.
Ja. Soms leveren onderzoeken of ideeën uit de omgeving nieuwe inzichten op. Het kan ook voorkomen dat onderdelen van verschillende alternatieven worden gecombineerd. Zolang nog geen voorkeursalternatief is vastgesteld, is er ruimte om alternatieven verder te optimaliseren,
De ondergrond, beschikbare ruimte (zowel op land als in water), aanwezige bebouwing, natuurwaarden en het huidige dijkprofiel verschillen langs het traject. Daardoor is niet overal dezelfde oplossing geschikt. Per locatie wordt onderzocht naar de meest passende maatregel.
Voor iedere locatie is onderzocht welke richting het meest geschikt is. Daarbij spelen onder andere de beschikbare ruimte, de aanwezigheid van woningen, natuur, infrastructuur, kabels en leidingen en de bodemopbouw een belangrijke rol. Soms biedt een binnenwaartse oplossing voordelen, terwijl op andere locaties juist een buitenwaartse oplossing beter past.
De benodigde versterking wordt vooral bepaald door de belasting van de dijk door enerzijds golven en anderzijds het opstuwen van water bij een maatgevende noordwesterstorm. De Ketelmeerdijk krijgt bijvoorbeeld veel hogere golven te verduren dan de Vossemeerdijk, die veel meer in de luwte ligt. Ter hoogte van de Vossemeerdijk wordt het water juist relatief hoog opgestuwd, omdat het in die ’trechter’ niet goed weg kan.
Andere factoren zie een rol spelen zijn verschillen in de ondergrond, de manier waarop de dijk nu is opgebouwd en de ruimte eromheen. Ook zijn sommige delen van de dijk nu lager dan andere, waardoor die delen bij de versterking relatief meer moeten worden opgehoogd.
Bijvoorbeeld: als langs de Ketelmeerdijk voor vooroevers wordt gekozen, worden de golven daardoor zodanig gebroken, dat het waarschijnlijk niet nodig is de dijk zelf op te hogen. Als in Ketelhaven voor versterking van de havendammen wordt gekozen, moet de dijk ter hoogte van de dijkhuizen alsnog met 1 meter worden opgehoogd. Dit komt omdat bij Ketelhaven opstuwing al een grotere factor is en omdat de huidige dijk daar eigenlijk aan de lage kant is, wat moet worden gecompenseerd.
Nieuwe technieken en innovatieve oplossingen worden zeker onderzocht. Wel moeten deze bewezen veilig, uitvoerbaar en beheersbaar zijn. Wanneer een innovatieve maatregel niet voldoend zekerheid biedt of niet overal toepasbaar is, kan worden gekozen voor een meer traditionele oplossing.
Ja. De dijk wordt versterkt op basis van de huidige wettelijke veiligheidsnormen. Deze normen houden rekening met toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, met hogere waterstanden en extremere weersomstandigheden.
Alle alternatieven worden op dezelfde manier beoordeeld. Hiervoor is een beoordelingskader opgesteld waarin alle relevante aspecten zijn opgenomen, zoals waterveiligheid, milieueffecten, ruimtelijke kwaliteit, kosten, beheer, uitvoerbaarheid en draagvlak. Op basis van deze integrale beoordeling wordt een voorkeursalternatief gekozen.
Dat kan gebeuren. Juist daarom worden de alternatieven uitgebreid onderzocht. Als tijdens de verdere uitwerking blijkt dat een alternatief toch onvoldoende scoort, kan het alsnog afvallen of worden aangepast.
Ja. Dat is zelfs een belangrijk onderdeel van de verkenning. Op basis van de onderzoeken, gesprekken met de omgeving en technische inzichten worden alternatieven waar mogelijk geoptimaliseerd, voordat een definitieve keuze wordt gemaakt.
Onderzoeken
Voor ieder kansrijk alternatief worden verschillende onderzoeken uitgevoerd. Denk aan geotechnisch onderzoek naar de ondergrond, onderzoek naar natuur, archeologie, landschap, verkeer, recreatie, cultuurhistorie, kabels en leidingen en de gevolgen voor bewoners en grondeigenaren. Ook worden de kosten en de uitvoerbaarheid onderzocht. De resultaten vormen samen de basis voor de keuze van het voorkeursalternatief. Alle onderzoeken staan op deze pagina. (opent in nieuw tabblad)
Ja. De effecten van de alternatieven op onder andere natuur, landschap, leefomgeving en duurzaamheid worden zorgvuldig onderzocht. Deze informatie wordt vastgelegd in het plan-MER (milleu effectrapportage) en meegewogen bij de keuze voor het voorkeursalternatief.
Gevolgen voor de omgeving
Dat verschilt per locatie en per alternatief. Op dit moment zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. Wanneer een alternatief gevolgen kan hebben voor uw woning, bedrijf of grond, nemen wij hierover persoonlijk contact met u op.
Het waterschap is beheerder en eigenaar van de dijken. Rijkswaterstaat is beheerder en eigenaar van water en de bodem van het Ketelmeer het Vossemeer. De gemeente Dronten is beheerder en eigenaar van het fietspad en de weg op de dijk.
Dat kan op sommige locaties nodig zijn. Wanneer grond nodig is voor de dijkversterking, proberen we altijd eerst in goed overleg afspraken te maken met de eigenaar. Daarbij zoeken we naar een passende oplossing en wordt zorgvuldig gekeken naar de gevolgen voor het gebruik van de grond.
De Ketelmeerdijk en Vossemeerdijk liggen in een Natura 2000 gebied (opent in nieuw tabblad) (Ketelmeer en Vossemeer). Ook landschappelijk zijn het belangrijke elementen in de polder. Daarom is er een Ruimtelijk Kwaliteitskader opgesteld en besteden we veel aandacht aan natuur, landschap en cultuurhistorie. Als het even kan versterken we de kwaliteiten die in het gebied aanwezig zijn. En anders proberen we negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken of desnoods te compenseren.
Participatie
a. De verkenningsfase is juist bedoeld om samen met de omgeving tot een goed onderbouwde keuze te komen. Het omgevingsteam van het project voert daarom gesprekken met zoveel mogelijk belanghebbenden, zoals de bewoners van Ketelhaven, bedrijven langs de dijk, grondeigenaren en andere overheden. Ook is er een klankbordgroep waarin verschillende belanghebbenden zijn vertegenwoordigd. Deze groep denkt mee over de plannen en kijkt kritisch naar de mogelijkheden die worden onderzocht. Zo kunnen zorgen, kansen en verbeterpunten al vroeg in het proces naar voren komen. De klankbordgroep geeft advies. De uiteindelijke keuzes worden door het waterschap en andere betrokken overheden gemaakt, waarbij de inbreng uit de omgeving wordt meegewogen.
Daarnaast organiseren we bijeenkomsten voor omwonenden en andere belanghebbenden en geïnteresseerden Ook uw inbreng is belangrijk. U kunt ervaringen, zorgen of aandachtspunten met ons delen. Die informatie kunnen we gebruiken bij het verder onderzoeken en uitwerken van de verschillende oplossingen.
Alle reacties die tijdens bijeenkomsten of op andere momenten worden ingediend, worden geregistreerd en beoordeeld. We bekijken of deze aanleiding geven om onderzoeken aan te vullen, aandachtspunten mee te nemen of alternatieven verder te optimaliseren. Bij de vervolgstappen laten we zien hoe de inbreng is verwerkt.
Ja. U kunt ook later uw mening geven. Dat kan bijvoorbeeld door een e-mail te sturen naar dijkversterkingkv@zuiderzeeland.nl (opent in nieuw tabblad) Bij belangrijke stappen in het project informeren wij de omgeving opnieuw en leggen we uit welke keuzes zijn gemaakt en waarom.
Planning en realisatie
De informatie uit de onderzoeken en de reacties uit de omgeving worden meegenomen in de verdere uitwerking van de kansrijke alternatieven. Vervolgens worden de alternatieven beoordeeld en worden die beoordelingen met elkaar vergeleken. Op basis daarvan kiest het waterschap een voorkeursalternatief. Daarna start de planuitwerkingsfase, waarin het ontwerp verder wordt uitgewerkt tot een uitvoerbaar plan.
Begin 2027 legt de projectorganisatie de keuze voor het voorkeursalternatief voor aan het bestuur van het waterschap. Als het bestuur ermee instemt, kan de voorkeursbeslissing rond de zomer van 2027 ter inzage worden gelegd.
Voordat de uitvoering kan beginnen, moeten eerst het ontwerp, vergunningen en eventuele grondaankopen worden afgerond. Daarna wordt een aannemer geselecteerd. Dat gebeurt allemaal tijdens de planuitwerkingsfase. De verwachting is nu dat de eerste schop in 2030 de grond ingaat.
Als het zover is dat de schop in de grond gaat (2030) dan kunnen we overlast en beperkingen waarschijnlijk niet voorkomen: we moeten per slot van rekening aan het werk en de dijk aanpakken. Wel kunnen we de uitvoerende partij uitdagen om met een slim en werkbaar plan te komen.
Dat weten we nu nog niet. Aannemers zijn in staat om de uitvoering op een slimme en efficiënte wijze te doen. Minimale overlast voor de omgeving is hierbij altijd het doel. Die uitdaging ligt bij de partij die uiteindelijk van ons de opdracht krijgt om het werk uit te voeren. In het contract zullen we ook spelregels opnemen over (het beperken van) overlast en de bereikbaarheid van bedrijven en Ketelhaven, hierop controleren wij de aannemer tijdens de realisatiefase.
Financiering
Dit hangt sterk af van de wijze van versterken. Gemiddeld kost het versterken van 1 km dijk tussen de € 12 en 15 miljoen; voor de Ketelmeerdijk en Vossemeerdijk samen komt dat neer op zo’n € 200 mln, maar dat is een globale inschatting. Van de kosten wordt 90% gefinancierd door het Rijk met alle waterschappen gezamenlijk, vanuit het HWBP( Hoogwaterbeschermingsplan). (opent in nieuw tabblad) Zuiderzeeland zelf draagt 10% bij.
Onze 10% bijdrage wordt over 50 jaar afgeschreven. Een lange periode dus. De kosten gaan wel iets omhoog, maar omdat het over zo’n lange periode kan worden uitgesmeerd, is het effect klein.
Het HWBP verstrekt subsidie voor deze dijkversterking en controleert of die sober en doelmatig uitgevoerd wordt. En als waterschap zien wij het voorkomen van onnodige kosten ook als onze eigen verantwoordelijkheid. Alle alternatieven worden daarom mede hierop beoordeeld.
Communicatie
Via de projectwebsite, de digitale nieuwsbrief, bewonersbrieven en informatiebijeenkomsten houden wij u op de hoogte van de voortgang van het project. Daarnaast kunt u altijd contact opnemen met het projectteam wanneer u vragen heeft, via e-mailadres dijkversterkingkv@zuiderzeeland.nl.
U kunt contact opnemen met het projectteam van Waterschap Zuiderzeeland via dijkversterkingkv@zuiderzeeland.nl. Wij denken graag met u mee en beantwoorden uw vragen zo goed mogelijk.
Vragen of afspraak maken
Heeft u vragen, suggesties, ideeën, wensen of zorgen, dan kunt u deze mailen naar dijkversterkingkv@zuiderzeeland.nl. Of sturen naar Lindelaan 20, 8224 KT Lelystad, onder vermelding van Versterking Ketelmeerdijk-Vossemeerdijk.
Voor de versterking meet het waterschap de grondwaterstanden in de dijk. De actuele grondwaterstanden in de dijk zijn te benaderen via de website van het grondwatermeetnet van het waterschap: Grondwatermeetnet.